Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 17 van 60)

Merksem vergist zich van ontharding

(de vergeten voetganger, aflevering 20)

 

Vlaanderen breekt uit!
Het is een uitstekende zaak, dat overheden ijveren voor de ontharding van de bodem. Begrijp: dat verharde oppervlakken, waar geen plaats is voor natuur, en die geen water doorlaten, worden opengebroken. Dit land is immers veel te hard. Het heeft ontiegelijk veel straten en parkeerterreinen, het heeft grote, lage gebouwen waarvan de tuinen zijn verhard, en zelfs de landbouwgrond laat weinig water door. Samengedrukt door machines, en bloot in de winter. Het regenwater loopt snel naar de rivier, en niet in de bodem waar het nodig is. Natuur is verzwakt en versnipperd, en zomerse temperaturen lopen op.

kers

Ontharding van wat al verhard is moet de verharding van wat nog zacht is helpen beperken. Zo ook in Antwerpen, zo ook in Merksem. Zelfs quick wins worden gezocht. [Bij een quick win denk ik spontaan aan een kleuter die met grijpgrage vingers voor de ogen van de disgenoten de kers van een mooie roomtaart grist. Maar bij management — en beleid hoort daartoe — gaat het over dingen die je snel kan realiseren, om pas nadien te kijken of het je grote projecten niet schaadt.] Voor de quick wins van de ontharding worden stukjes straat — nee, geen taart —  opengebroken, en bloemen, struiken of bomen geplant.

Mooi, maar wie zou denken dat het vooral rijwegen en parkings zijn, die worden onthard, komt soms bedrogen uit. Eerdere voorbeelden in Antwerpen (Plantin en Moretuslei…) toonden dat het vaak de voetgangersruimte is, waaraan wordt geknipt.

Zo ook in Merksem.
Eén van de belangrijkste Merksemse onthardingsprojecten betreft de Melgesdreef, net voor ze het gelijknamige woonzorgcentrum bereikt: het Melgeshof. De straat vormt een trechter, met twee brede rijwegen aan weerszijden van een groen eiland met negen platanen. Reeds een vijftal jaren geleden werd vastgesteld dat die rijwegen veel te breed zijn, en werd een klein deel met witte lijnen weggeschilderd en met paaltjes afgezet, waardoor meteen het aantal parkeerplaatsen werd verhoogd. Nu worden, als quick win, de boordstenen verplaatst — en dus het eiland vergroot — en wordt het beschilderde asfalt samen met de voetpaden uitgebroken. Er worden ook vier bomen geplant. Aan de parkeerplaatsen wordt niet geraakt. Met andere woorden: er mag niet meer onder de bomen gewandeld worden. Er komen oversteekplaatsen voor fietsers en zebrapaden voor voetgangers, maar de oversteekbeweging naar het eiland met de bomen wordt vergeten (of bijzonder complex en onduidelijk gemaakt).

boomarm

Het woonzorgcentrum net aan de overkant van de straat is nieuw. De gebouwen staan rond een binnentuin met enkele jonge, magere boompjes, die nooit de gelegenheid zullen krijgen groot te worden en schaduw te geven. Wanneer de zon schijnt is het er heet. De wijk waarin het pleintje en het woonzorgcentrum liggen is heel boomarm — nergens is er schaduw. In feite is bijna heel Merksem een boomarme gemeente. De zeldzame bomen in de Merksemse straten worden nooit groot, en in de voortuinen liggen vooral plavuizen. [De meest nabije groene plek, het Kroonplein, ligt op 700 meter.]

lommerte

Het Melgespleintje, als ik het zo noemen mag, bood de gelegenheid wat schaduw te creëren, voor wie uit het woonzorgcentrum, of uit de huizen, of het nabije ziekenhuis buiten komt. [Ook aan het ziekenhuis is de buitenruimte een immense droefenis: let op de parking, let op het smalle voetpad in de Lange Bremstraat.] Daarvoor moet het pleintje wel makkelijk bereikbaar zijn, en op een wandeltraject — een looplijn — liggen, waar je met vermoeide voeten, een rolstoel of een rollator stappen kan. Want bomen dienen ook om onder te gaan of te staan, of zelfs te omarmen… Op afstand naar schaduw kijken heeft nooit iemand koelte gebracht.

Idealiter had men één van de straten langs het pleintje afgeschaft — enkel een toegang tot de garages gelaten—, en het autoverkeer langs de andere straat geleid. Pas dan had men echt onthard, en een tweemaal groter en groen Melgesplein bekomen. Een plein dat ook voor mensen aangenaam is, omwille van die natuur, omwille van de vogels, de bomen en de bloemen, en omwille van de lommerte, die in Merksem (als de zon schijnt) zeldzaam is. Een plek om te zijn.
Benieuwd of de quick win Merksem ooit zover brengt.

 

Wie dit bericht graag in een pdf-je heeft, vindt het hier.

En dit is het antwoord van het Merksems districtsbestuur.

 

discriminatie?

Denkt u even met me mee?
Stel, ik organiseer een concert — N.B.: ik ken niets van het organiseren van concerten.
Ik heb daar veel mensen en middelen voor nodig: musici, technici, administratief en financieel personeel, een zaal, podiumbouw, catering, verzekering… en ik moet een financieel risico nemen, en dat dekken. Ook sta ik in voor de veiligheid van het publiek; dus respecteer ik de brandvoorschriften — er zijn misschien wel brandweerlieden permanent in de zaal —, er is veiligheidspersoneel, zogenaamde security, en in de gegeven omstandigheden, nu een zeer besmettelijke ziekte door de wereld waart, en talrijke slachtoffers maakt, waak ik erover dat alle bezoekers gevaccineerd of op een andere manier veilig zijn. Daarom vraag ik aan iedereen om bij de toegang tot het concert twee certificaten te tonen, die door de security worden gecontroleerd. Het ene certificaat geeft aan dat de bezoeker de gevraagde financiële bijdrage heeft geregeld die het me mogelijk maakt het concert te organiseren, en het andere dat de bezoeker het nodige heeft gedaan om voor anderen zo veilig mogelijk te zijn. Ik noem die certificaten a en b. Slechts wie de twee certificaten heeft mag binnen. Wie a of b niet heeft wordt geweigerd.

Stel, een vriend van me heeft een restaurant. Daar lopen de zaken een beetje anders. Slechts één certificaat wordt bij de ingang gevraagd, het andere wordt pas op het einde opgemaakt (en betaald), wanneer men weet hoeveel er is gebruikt. Als iemand aan één van die twee voorwaarden weigert te voldoen, mag hij niet binnen, respectievelijk buiten, en haalt mijn vriend zo nodig en mogelijk de politie erbij.

Nu lees en hoor ik dat het weigeren van een bezoeker een vorm van discriminatie is, wanneer die weigering op het ontbreken van certificaat b is gebaseerd. Iemand weigeren omwille van certificaat a mag wel.
U heeft inmiddels begrepen dat certificaat b beter bekend staat als het covid safe ticket, dat overigens makkelijk te bekomen is, twee gratis prikjes volstaan. Certificaat a vergt echter een al dan niet zware inspanning, die voor sommigen zelfs té zwaar kan zijn. Het gaat om het betalen van de toegangsprijs of van de verwachte rekening.
Met andere woorden, iemand uitsluiten omdat hij/zij geen of onvoldoende financiële middelen heeft, wordt niet als een vorm van discriminatie beschouwd, maar als legitiem. Discriminatoir is wel iemand uitsluiten omdat hij/zij niet wil meewerken aan een collectief en solidair vaccinatie-initiatief.
Waarom spreken we wel over discriminatie wanneer iemand de covid-pas niet heeft, maar niet voor iemand die het geld niet heeft?

Overigens, wie wordt gediscrimineerd?

Zijn het zij die wel gevaccineerd konden worden, maar dat niet wilden?
Of zij die wel gevaccineerd werden, maar wier maatschappelijk leven desondanks, en omwille van de weigering van anderen, maandenlang, en straks jarenlang wordt beknot : maskers dragen in het openbaar vervoer, in de winkels of zelfs op school, beperking of afgelasting van gezamenlijke activiteiten inzake sport, cultuur, onderwijs, feesten…, tijdelijke sluiting van bedrijven in de horeca, de evenementensector, de contactberoepen, etc., overwerk en stress in de zorgsector en in het onderwijs, reisbeperkingen, uitstel van zorg voor zogenaamd niet dringende medische ingrepen, financiële schade (en straks fiscale lasten).

De snelste manier om van het covid safe ticket verlost te zijn, bestaat erin dat iedereen zich snel laat vaccineren. En, laten we dat ook niet vergeten, dat andere landen in hun vaccinatie-inspanningen worden gesteund.

een trambus is een bus

 

Een trambus.

Van tijd tot tijd (onlangs nog in Gent) beweert iemand dat het beter zou zijn de trams door trambussen te vervangen — die vermaledijde tramsporen —, en ook op beleidsniveau denkt men dat een trambus even goed is als een tram — dat is althans de bewering van de Vlaamse overheid omtrent het Spartacusplan in Limburg.

Maar dat is niet zo.

Ik wil echter goed gewapend zijn wanneer men over trambussen praat. Concreet: het rijcomfort lijfelijk hebben ervaren. Daarvoor ben ik onlangs naar Vilvoorde getogen, en heb er een aantal ritten gemaakt op de trambus die sinds juni vorig jaar Zaventem via Vilvoorde met Jette verbindt.
[Enkele jaren geleden schreef ik “Safari in Beaulieu”, een ontdekkingsreis door Vilvoorde, Machelen, Diegem, Haren en Buda, en omtrent het U-place project daar middenin. Toen schreef ik ook over de geplande bouw van een Ringtram. Uiteindelijk is het geen tram maar een trambus geworden, op een wat ander traject.]

Wat de verkeerssituatie betreft waren mijn ritten met de trambus niet echt representatief. Ik reisde in de late voormiddag en de vroege namiddag, zowat het uur dat ook politici kiezen wanneer ze, héél uitzonderlijk, de kwaliteit van het openbaar vervoer willen ervaren. Er zat dus weinig volk in de trambus, die nauwelijks gehinderd werd door het andere verkeer. Op het spitsuur moet dat heel anders zijn. Er is veel werkgelegenheid en er zijn veel scholen in de buurt, en het centrum van Vilvoorde is, met zijn Europabrug (een hefbrug), een van de weinige mogelijkheden om buiten de vaak verzadigde Brusselse Ring de twee oevers van het Zeekanaal met elkaar te verbinden.

Toch meen ik dat er uit de verschillende trajecten tussen Vilvoorde, Jette en Zaventem, uit de terreinobservaties, uit de adviezen van vrienden, en uit wat documentatie, veel over trambussen te leren valt. Dit vooral omdat de promotoren van dergelijk vervoer op alle mogelijke manieren beweren dat een trambus in feite een tram op banden is, die al de voordelen van een tram, maar niet zijn nadelen heeft.

Het wegdek is niet perfect, maar het was goed genoeg om het rijcomfort te testen. En, ik zeg het meteen: het comfort van een trambus is niet dat van een tram.
Het is moeilijk, als reiziger, te zien hoe de trambus zich door de straten beweegt en hoe ze bochten neemt. Maar je ziet wel — en ook dat is een belangrijk verschil met een tram — dat de staart van een trambus niet in het spoor van de kop zit: bochten worden afgesneden, en lage boordstenen of trottoirs wel eens meegenomen. Bijkomende terreinobservaties, náást de trambus, en raadpleging van de technische documentatie van de ExquiCity 24 (het model van de bus) leerden me dat het gedrag van een trambus in de bochten problematisch is. De bus vergt méér ruimte dan een tram, en kan voor voetgangers en fietsers onvoorspelbaar, en dus gevaarlijk zijn.
Het kruisen van trambussen in de te smalle straten verloopt moeizaam. Soms wacht de ene trambus hoffelijk tot de andere voorbij is, soms wordt er gemakshalve over een lage boord of een voetpad gereden, maar een enkele keer ook klinkt er een harde, lange claxonstoot, het teken allicht dat de ene chauffeur over het rijgedrag van de andere niet echt tevreden is.

Over dat alles schreef ik — zonder de claxonstoot — een verslag. De conclusie dringt zich op: de trambus is geen tram, zij is een bus.

❦

 

extra: na de trambus, nu ook de vliegtuigtram

 

Zo makkelijk als een tram, en snel als een vliegtuig,
met charmante hostessen (m/v/x) en maaltijden aan boord: de vliegtuigtram.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑