Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 25 van 60)

planschade: zou het niet correcter zijn te vergoeden wie géén bouwgrond heeft?

Van 1964 tot 1982 werden voor heel Vlaanderen bodembestemmende gewestplannen opgemaakt. Sindsdien is omzeggens alles veranderd, behalve bouwgrond.

 

Het Grondwettelijk hof heeft de Vlaamse maatregel omtrent de negatieve elektriciteitsmeter vernietigd.
Wellicht is de dag niet ver dat een of andere hogere rechtbank, Belgisch of Europees, ook de Vlaamse planschadevergoeding vernietigt, omdat ze onrechtmatige verrijking creëert en het gelijkheidsbeginsel schaadt.

Hier alvast de argumenten.

1. Bouwrechten werden kosteloos toegekend. [Als er ooit voor betaald is geweest — misschien, eventueel, uitzonderlijk, wie weet? — is dat geld nooit op de goede plaats terechtgekomen.]

2. Sinds de bouwrechten kosteloos zijn toegekend, is hun waarde fors gestegen. Die stijging heeft twee oorzaken:

    • openbare bestedingen, zowel investeringen als beheer (wegen, openbaar vervoer, scholen en universiteiten, ziekenhuizen, cultuurhuizen, parken, natuurbescherming…),
    • private bestedingen van derden (woningen, winkels, bedrijven, horeca, verenigingen…).

Het gaat om dingen die je in zowat elke vastgoed-annonce leest, en die de waarde van het goed bepalen.
Het gaat om bestedingen die niet door de eigenaar van het goed zijn uitgevoerd.

3. Het gebruik van de bouwrechten (door het bouwen van één of meer woningen) creëert een aantal openbare en maatschappelijke baten en schade.
Tot de baten behoren, naargelang de site en de locatie:

    • de verruiming van de woningvoorraad,
    • fiscale opbrengsten,
    • bouwactiviteit,
    • klandizie voor allerlei lokale voorzieningen.

Tot de schade behoren, naargelang de site en de locatie:

    • onomkeerbare vernieling van landbouwgrond of natuurgebied,
    • verstoring van landbouwactiviteiten,
    • verstoring van biotopen, ecologische netwerken en biodiversiteit,
    • verstoring van de waterhuishouding,
    • verstoring van de landschappelijke waarde,
    • verstoring van de recreatieve waarde,
    • bijkomende kosten voor nutsvoorzieningen (investeringen, onderhoud en gebruik),
    • bijkomende kosten voor dienstverlening (postbedeling, bejaardenzorg, politie…),
    • verhoging van de verkeersdrukte, en de daarbij horende vervuiling, stress en onveiligheid,
    • verhoging van het energieverbruik,
    • verhoging van de uitstoot van broeikasgassen,
    • verschuiving van baten (fiscale opbrengsten, klandizie, onderhoud van de woningvoorraad, wat kan leiden tot verkrotting…).

Zoals gesteld zijn deze baten en schade zeer afhankelijk van de site en de locatie.
Wanneer het gaat om onbebouwde gronden (landbouw, natuur), die slecht gelegen zijn ten overstaan van de voorzieningen en van het openbaar vervoer — denk aan de mobiscore —, en waarvan het bebouwen (zware) schade aanbrengt aan de omgeving (landbouw, natuur, landschap, water…), is de openbare en maatschappelijke schade veel hoger dan de openbare en maatschappelijke baten.

Daarom is het redelijk dat de overheid, vooral in het geval ze planschade wil toekennen, in eerste instantie een schadevergoeding betaalt aan wie terzake wel baten creëert maar geen schade veroorzaakt, dit wil zeggen aan al wie géén bouwgrond in eigendom heeft.

Dus: planschadevergoeding voor wie geen bouwgrond heeft.

 

tram 7 — de tram als beleving van de stad



Er is discussie om tram 7, die van Mortsel naar het Eilandje rijdt. De Lijn wil hem schrappen, volgend jaar.
Niet dat er dan geen trams meer gaan rijden over de Mechelsesteenweg, de Lange Gasthuisstraat, de Huidevettersstraat, de Katelijnevest, de Minderbroedersrui en de Tavernierkaai. Maar wel dat het een andere lijn zal zijn: “T12”, komende van de Jan Van Rijswijcklaan. Zodat de Mortselnaren voor sommige bestemmingen aan de Harmonie moeten overstappen.

Daartegen is breed protest gerezen.
Ik pik er eentje uit, omdat het zo mooi weergeeft wat aan trams zo aangenaam is.

“Als we moeten kiezen tussen de 7 en de 15, dan kiezen we de 7. We hebben allemaal de petitie getekend”, zeggen Andreas (21), Basil (20), Kato (21) en Mathilde (22), vier studenten die hun examens voorbereiden in zaal ‘t Parkske vlak bij het Gemeenteplein.
“Tram 7 loopt langs de studentenbuurt en naar het Eilandje. Gemakkelijk voor onze studies en om iets te gaan drinken. Het is ook een veel toffere route waarop we meer kunnen zien. En de oudere trams zijn gezelliger.”
(“Tramlijn 7 schrappen zou krankzinnig zijn”, Gazet van Antwerpen, 19 december 2020)

 

We laten dat gezellige van de oude trams even terzijde. Ik vind dat ook, maar besef dat er veel mensen zijn voor wie zo’n oude tram onmogelijk is. De “toffere route waarop we meer kunnen zien” kan ik echter alleen maar onderschrijven, al hebben die studenten misschien tram 4 nog niet gezien.

kleurrijke afvalcontainers

In onze buurt hebben we sorteerstraatjes. Ingegraven afvalcontainers waarin de buren met een kaart (of zonder: voor flessen) tegen een kleine betaling hun huisvuil kunnen deponeren. Er zijn containers voor GFT (groenten, fruit en tuinafval), PMD (plastic, metaal en drankkartons), papier en karton, hol glas, en restafval. Voor PMD en restafval moet je betalen met je kaart, die ook (gratis dan) de GFT en papier-containers opent. Naargelang het seizoen komt er ook, van tijd tot tijd, een wagen voor tuinafval.

Ik vind dat goed, en ben blij dat het systeem ook hier werd aangebracht, nog net voor het “uitrollen” werd stopgezet. Om een evaluatie te maken, en oplossingen te zoeken voor een aantal problemen, zoals sluikstorten náást de containers. [Andere bewoners, sommige buren, zijn niet zo content. En ik kan me voorstellen dat het voor wie naast de containers woont, of voor arbeiders, niet altijd een pretje is.]

De stad wordt overigens met nog andere vuilproblemen geconfronteerd: banaal maar overvloedig straatvuil (ook in de parken), tot zelfs het achterlaten van een halve huisraad op het trottoir.

Om dat allemaal te voorkomen wil Antwerpen zowel vaker en harder straffen — waarbij het wel een probleem is dat een overigens terechte geldboete niet iedereen even hard treft —, als sensibiliseren. Voor dat laatste is ze begonnen de properheid van de straten, of anderzijds het wangedrag van de bewoners (en bezoekers!) te evalueren, in codes groen (“proper”), oranje (“kan beter”) en rood (“te vuil”). Ze heeft die kleuren op allerlei openbare vuilnisbakken aangebracht… en op de sorteerstraatjes. Prachtig werk, overigens, ik sta in bewondering voor de deskundige wijze waarop ze dat kleurig plastic op de gebogen metalen oppervlakken hebben aangebracht. [Ik heb het niet gezien, maar ik zou veronderstellen dat het in werkplaatsen is gebeurd, en de “koetswerken” van de sorteerstraatjes niet beplakt, maar vervangen werden.]

Aan het ene uiteinde van mijn straat, over de Gitschotellei, staan drie containers, voor glas, GFT en restafval. Die werden rood gekleurd. Aan het andere uiteinde, aan een pleintje, staan er vier, voor papier, GFT, PMD en restafval. Die kregen een oranje kleurtje. En inderdaad, náást die eerste staat vaker afval dan náást die tweede. Toch vraag ik me af of die kleuren, als sensibilisering, doeltreffend zijn. Zou jij, behalve voor de flinke boete, een inspanning doen, als er voor de ogen van iedereen staat aangeduid dat het een vuile buurt is? Ik vrees dat die kleuren averechts werken. En het sluikstorten uiteindelijk bevorderen.

 

Terloops, die grote container voor kernafval in Borssele, van het artikel hiervoor, “Lubach en kernenergie”, is ook oranje. Kan beter.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑