Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 3 van 59)

Duitse luiheid — en ontwaken

De annulering, door het Festival van Vlaanderen Gent, van een concert van het Münchner Philharmoniker onder leiding van zijn nieuwe dirigent Lahav Shani, tevens dirigent van het Israel Philharmonic Orchestra — “wij zien ons ook als vertegenwoordigers van Israël” schreef hij — heeft in Duitsland hevige reacties losgemaakt, gaande van onbegrip tot beschuldigingen van antisemitisme en de eis tot ontslag van minister van cultuur Caroline Gennez (die de annulering steunde, of er zelfs toe had aangespoord). Die reacties mogen niet verrassen.

Eeuwenlang heeft het antisemitisme in diverse landen en streken van Europa met uiteenlopende hevigheid gedijt en gewoed, van sociale uitsluiting over diefstal en uitdrijving tot moord. Denk aan Spanje, Frankrijk, Polen, Rusland, etc. Maar het is in en door Duitsland dat het antisemitisme ideologisch werd onderbouwd, geïnstitutionaliseerd en geïndustrialiseerd. Het werd ook door Duitse politici, intellectuelen en soldaten in andere landen aangewakkerd (denk aan Frankrijk) of eraan opgedrongen (Italië). Wat de historicus Raul Hilberg heel juist De vernietiging van de Europese Joden (1961) heeft genoemd. [En, het moet gezegd, onder minder agressieve vorm bestaat het nog steeds.]

De Duitsers van vandaag zijn noch schuldig aan noch verantwoordelijk voor de misdaden die meer dan tachtig jaar geleden zijn gepleegd. Je kan ook stellen dat ze geen profijt halen aan al wat er toen is gestolen of ontvreemd, of aan de discriminerende maatregelen die zijn doorgevoerd. [Hetzelfde kan niet gezegd worden van de koloniale mogendheden die tot vandaag profiteren van de rijkdom die vroeger is vergaard.] Maar ze — die Duitsers — kunnen ook niet wegkijken. Je kan niet trots zijn op Goethe, Schiller, Bach en Beethoven zonder je meteen ook te schamen voor Hitler of Himmler. Gevoelstermen zijn het, trots en schaamte, en die wegen heel zwaar. [Gelijkaardige stellingen gelden mutatis mutandis voor andere landen wanneer aan historische feiten en figuren herinnerd wordt.]

Eén van de Duitse antwoorden (misschien wel het belangrijkste) op die lastige geschiedenis — eine Vergangenheit die nicht vergeht— is de onvoorwaardelijke steun aan Israël, ongeacht wat dat land daarmee doet, ongeacht of het land op zijn beurt zware misdaden pleegt. Het is een houding die door kunstenaars, intellectuelen en politici wordt gedeeld. De Duitse reacties op een boek als A Minor Detail en de schrapping van de uitreiking van een literatuurprijs aan auteur Adania Shibli op de Frankfurter Buchmesse van 2023 getuigen ervan. Een voorbeeld uit vele.

Via de samenwerking tussen de Münchner Philharmoniker en dirigent Lahav Shani (en een concert met muziek van Wagner, Schubert en Beethoven, zoals in Gent was gepland) viert men vandaag de verzoening, tachtig jaar na de holocaust, en is men blind, nee doof voor wat in Palestina gebeurt. Duitsland, en opnieuw vooral de Duitse leidende kringen, slagen erin in een tijdspanne van minder dan een eeuw opnieuw voor volkerenmoord verantwoordelijk of (ditmaal) mede-verantwoordelijk te zijn. Ze hebben niks geleerd. Dat is waar de Duitse intellectuele luiheid toe leidt: het niet willen nadenken over de resultaten van de onvoorwaardelijke steun aan Israël. Dan blijkt verzoening een mantel voor onrecht te zijn. De tournee van het Münchner Philharmoniker is (was) de glanzende kroon erop. “Tachtig jaar [na 1945] wordt uitgerekend het ondenkbare waar. Vrede en verzoening zijn mogelijk. Zelfs vriendschap is mogelijk.” schreef Lahav Shani in de Süddeutsche Zeitung, augustus 2024. [Overgenomen door De Standaard, 12 september 2025. Ook de zin hierboven “wij zien ons als vertegenwoordigers” komt uit die lezenswaardige brief.]

Wanneer een buitenlands muziekfestival — van klassieke muziek ! — dan een concert annuleert (een beslissing die het Duitse zelfbeeld meer raakt dan de Israëlische premier), schiet je heel plots wakker uit je droom. Wat je dacht verzoening te zijn, ligt onder ander, feller en vooral actueler licht. Hevige reacties horen bij dat plotse ontwaken. Ik wil hopen dat het uiteindelijk ook tot bezinning leidt.

 

zwaarlijvigen worden onderbetaald

“Pound per pound”. Onder die titel publiceerde het befaamde British Center for Obesity and Anorexia related Diseases, Stigma and Discriminations recent een baanbrekend onderzoek naar de verhouding tussen lichaamsgewicht en verloning. Van in totaal 1100 volwassen mensen uit twaalf landen konden gegevens worden samengebracht. Extreme waarden werden geschrapt, reductietechnieken toegepast — al wat een beslagen statisticus in zijn rugzakje heeft — en een negatieve correlatie kon onbetwistbaar worden vastgesteld. Zwaarlijvige personen krijgen gemiddeld lagere lonen dan hun magere collega’s. Deze discriminatie treft des te harder de zwaarlijvigen omdat ze gemiddeld hogere uitgaven hebben voor de aankoop van voedsel en drank, en omdat ze gevoeliger zijn voor onaangenaam hoge of integendeel lage temperaturen, zodat ze hogere stook- én airco-kosten hebben. De bijgevoegde grafiek toont de resultaten. De schaal is logaritmisch, en de verloning (ter bescherming van de privacy niet in ponden maar in indicen, met 100 als mediaan) wordt per kg lichaamsgewicht aangeduid. Want daar gaat het om: per kilo worden ze minder betaald.

Vindt u dat onzin? Ik ook. Heel dat onderzoek van het British Center for Obesity and Anorexia related Diseases, Stigma and Discriminations is nep, en het genoemde Center bestaat niet eens.
Maar de methode “verloning per kilogram” is wel krak-dezelfde als voor de energieprestaties van woningen wordt gebruikt, waar het verlies niet per woning, maar per vierkante meter vloeroppervlak wordt berekend. Wat voor kleine woningen problematisch is: de gemiddelde verhouding buitenoppervlak (of schil) / vloeroppervlak is minder gunstig, de ventilatie-behoeften zijn hoger, en er zit hoe dan ook een badkamer en een keuken in, met relatief hoog energieverbruik. Bovenal: het is nooit het verbruik per vierkante meter maar het totaal verbruik van de woning dat op de individuele energie-factuur komt te staan en betaald moet worden, en het is datzelfde totale energieverbruik dat meespeelt in de energie-afhankelijkheid van het land en in zijn uitstoot aan broeikasgassen.

Net zomin als het zin heeft de verloning van arbeid te berekenen in functie van het lichaamsgewicht, heeft het zin het energie-verbruik per m2 vloeroppervlak te appreciëren, en daar vervolgens kwaliteitslabels aan toe te kennen. Een B of een C kan zuiniger zijn dan een A.

minder gas, of méér ?

De Vlaamse regering wil het elektriciteitsverbruik bevorderen. Preciezer: ze wil het gasverbruik ontmoedigen, en de overschakeling op elektriciteit promoten. De verbranding van gas produceert broeikasgassen en is afhankelijk van buitenlandse gas-toevoer, en het verbruik van elektriciteit is… nu ja, wat is het?
Voor de verwarming van gebouwen rekent ze op warmtepompen, die de warmte uit de lucht of de bodem halen, en dergelijke dingen zijn vaak elektrisch.

De promotie van warmtepompen, die een rendement van 400 % kunnen halen (4 kWh warmte voor 1 kWh elektriciteit) wordt momenteel geremd door het prijsverschil tussen gas en elektriciteit. Voor individuele verbruikers kost 1 kWh elektriciteit ongeveer evenveel als 4 kWh gas.
[Terloops: het rendement van een gasketel varieert, naargelang de ketel, van 90 tot 110 %. Je krijgt dus van 0,9 tot 1,1 kWh warmte voor 1 kWh gas — waarvoor je met de geldende gaskwaliteit en -druk 88 liter gas nodig hebt.]

Om de gewenste overschakeling naar elektriciteit te bevorderen wil de Vlaamse regering elektriciteit goedkoper en gas duurder maken. [Waarmee ze, terloops gezegd, ook het autoverkeer goedkoper maakt.] Ze wil kosten die aan het elektriciteitsverbruik verbonden zijn, op het gasverbruik verhalen. En die kosten gaan omhoog.

Maar hoe zit het met de cijfers?

1.
De energie-mix van elektriciteit in Vlaanderen fluctueert van jaar tot jaar. Een hoge raming geeft 30 % hernieuwbare energie (zonnepanelen en windmolens), 40 % kernergie en 30 % gas. Maar er zijn ook jaren dat het aandeel gas tot 40 % stijgt.

2.
Elektriciteit uit warmte is niet erg efficiënt. Van kerncentrales en zgn. thermische (*)Het begrip “thermische centrales” is misleidend. want ook kerncentrales zijn thermisch. centrales (steenkolen, olie of gas) wordt 33 tot 37 % omgezet in elektriciteit. De rest (63 tot 67 %) wordt in de omgeving geloosd (in de lucht via koeltorens, en in rivier- of zeewater). Dat is ook de reden waarom in energiestudies een factor 2,5 wordt gebruikt om het primair energieverbruik te kennen voor elektriciteit. Factor 2,5 stemt overeen met een rendement in de elektrische centrale van 40 %.

[Terloops: Het energetisch rendement van zonnepanelen bedraagt 15 tot 22 %. De rest wordt omgezet in warmte. De zon is gratis, dus weegt dat lage rendement niet zwaar door. Dat zou het wel doen, mochten er in de steden massaal zonne-panelen worden geplaats, die het stedelijk hitte-eiland-effect met 1 tot 1,5°C kunnen versterken. Massaal veel zonnepanelen installeren voor massaal veel koelinstallaties (zgn. airco (*)De term “airco” is vaak onterecht. De conditionering van lucht veronderstelt immers dat niet alleen de temperatuur en de vochtigheid maar een resem kwaliteitsparameters wordt opgevolgd.) is het laatste dat we nodig hebben. Het wordt er alleen maar heter van. Bij extreem warm weer zou het allicht beter zijn de zonnepanelen met witte zeilen af te dekken.]
[Terloops bij terloops: lichtere kleuren voor gevels, lichtere kleuren voor bestrating en — vooral — lichtere kleuren voor daken kunnen, samen met water en groen — en buiten-zonnewering — een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van het stedelijk hitte-eiland-effect. Hou de warmte tegen vóór ze binnenkomt.]

3.
Als er in elektriciteit 30 % gas zit, en het rendement van de zgn. thermische centrale is 40 %, heb je voor 1 kWh elektriciteit 66 liter gas nodig. Als het aandeel gas in je elektriciteit tot 40 % of meer stijgt, heb je zelfs 88 liter of meer nodig. Je bespaart dus nauwelijks gas als je het door elektriciteit vervangt. In sommige gevallen verhoog je zelfs het verbruik.

Vergelijking van benodigde primaire energie als men gas door elektriciteit vervangt.
1 – 1 kWh gas (= 88 liter gas)
2 – standaard energiemix voor 1 kWh elektriciteit  (30 – 40 – 30)
3 – weergave met primaire energie (= 66 liter gas, + nucleair + hernieuwbaar)
4 en 5 – idem, maar met 40 % gas in de energiemix (= 88 liter gas, + nucleair + hernieuwbaar).
In de elektriciteit zit per kWh finale energie (bijna) evenveel gas als het gas dat je rechtstreeks gebruikt.

4.
De kans is klein dat het aandeel gas in de elektriciteitsproductie op korte of middellange termijn afneemt. Daar zijn meerdere redenen voor, die te maken hebben met de eigenschappen van de diverse energiebronnen: hernieuwbaar, nucleair en gas.

5.
Het grote voordeel van gas is dat het stockeerbaar is. Met veel vernuft en vooral hoge kosten kan weliswaar ook elektriciteit opgeslagen worden, een voorraad voor enkele uren, maar dat is niet vergelijkbaar met de capaciteit om gas op te slaan. Op Europees niveau bestaat een gasvoorraad die 30 % van het wintergebruik dekt, en vóór elke winter opnieuw wordt aangevuld.
Het grote nadeel van gas is de afhankelijkheid van de geopolitieke situatie — wat we met de Russische invasie in Oekraïne goed hebben gemerkt. De prijzen schieten de hoogte in, wat minder de vertaling is van een accuut gebrek aan gas, dan van een verwacht toekomstig tekort. Er wordt gespeculeerd op de evolutie van vraag en aanbod, of, zo men wil, er worden commerciële voorzorgsmaatregelen genomen — het verschil tussen beide is niet altijd scherp.
[Ook voor kernenergie en hernieuwbare energie geldt geopolitieke afhankelijkheid — voor splijtstof en zeldzame materialen — maar die werkt niet zo snel door.]

6.
Het grote nadeel van wind- en zonne-energie is de extreme weersafhankelijkheid, wat, samen met de niet-stockeerbaarheid van de geproduceerde elektriciteit, kan leiden tot grote overschotten of tekorten. Alleen de duisternis is voorspelbaar, maar het weer is dat niet, en vooral: er valt niets aan te doen. [Hernieuwbare energie uit getijden en zeestromen kan daar in de marge wat aan verhelpen, en de maan zal zo snel nog niet op de aarde vallen omdat we de getijden afremmen. Integendeel (*)Dit is een weetje dat niet terzake doet, maar me wel verrast: de getijden hebben tot gevolg dat de afstand tot de maan zeer langzaam groter wordt en dat de dagen (de etmalen) langer worden. Aanvankelijk waren er meer dan duizend etmalen in een jaar. In een recenter artikel heb ik dat verder uitgewerkt..]

7.
Kernenergie is stugger, ze kan niet snel worden op- of neergeschaald wanneer een tekort of overschot aan hernieuwbare energie dit vereist, of in functie van het verbruik. Ze is ook, zij het in veel mindere mate dan hernieuwbare energie, weersafhankelijk. De situaties waarbij het koelwater te koud is en het koelcircuit bevriest worden zeer zeldzaam [er wordt vaak verwezen naar een incident in een kernreactor van Chinon aan de Loire, in 1987], maar situaties waarbij het koelwater (in de rivier) te warm of te karig is, zijn wel frequent. Onlangs, eind juni [2025] moest de kerncentrale van Golfech op de Garonne, nabij Toulouse, worden stilgelegd [reactor 2 lag al stil voor onderhoud, en reactor 1 moest worden gestopt], en situaties waarbij de productie van kernreactoren in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland of Zweden moet worden afgeschaald bij gebrek aan koelwater zijn frequent. Omdat de elektriciteitsnetwerken aan elkaar gekoppeld zijn, beïnvloedt dat ook de beschikbaarheid van nucleaire elektriciteit in België: prijsmechanismen zorgen ervoor dat er meer nucleaire elektriciteit wordt uitgevoerd of minder wordt ingevoerd. En dat de vraag naar andere elektriciteit (gas?) stijgt.

8.
De kenmerken van de hernieuwbare (wind en zon) en nucleaire elektriciteitsproductie maken dat er blijvend beroep wordt gedaan op gasgestookte elektriciteitscentrales om de verschillen tussen vraag en aanbod op te vangen. Zowel het aanbod als de vraag is slecht beheersbaar.
Een nadeel van de gasgestookte centrales is de hoge prijs van de geleverde elektriciteit. Er wordt immers verwacht dat de centrales slechts deeltijds functioneren, om schommelingen in de vraag op te vangen, maar de vaste kosten lopen het hele jaar door.

9.
Ook structureel, op langere termijn, ziet het ernaar uit dat de behoefte aan gascentrales zal blijven bestaan.
Nieuwe, bijkomende kerncentrales bouwen vraagt veel geld, veel kennis en veel tijd. Het geld en de kennis zijn er onvoldoende, en tijd is er alleen als men aanvaardt dat er slechts op lange termijn een oplossing komt. Het vermelde probleem met het koelwater wordt er niet minder mee. [En, terloops gezegd: kernenergie is veruit de vuilste energie die er bestaat. Als we nu stoppen met de uitstoot van CO2 (of die drastisch verminderen), blijft het klimaatprobleem nog enkele generaties bestaan, maar het reeds geproduceerde kernafval vormt een probleem, een zorg en een kostprijs voor enkele duizenden generaties na ons.]

10.
De stuurbaarheid van de elektriciteitsvraag is beperkt — en wordt in de toekomst misschien nog beperkter. Met digitale meters, snel fluctuerende tarieven, hoge prijzen voor piek-afnames, thuisbatterijen en sensibiliseringscampagnes wil men het piekverbruik beperken. De opkomst van Artificiële Intelligentie (A.I.), met een hoge, maar allicht stabiele elektriciteitsbehoefte, lijkt een stabiliserende factor te kunnen zijn — want minder pieken — maar biedt ook minder kansen om onregelmatigheden aan de aanbodzijde op te vangen. De stabiele vraag naar elektriciteit van datacenters met het onregelmatige aanbod van hernieuwbare elektriciteit beantwoorden lijkt geen goed idee.
Wanneer de vraag naar elektriciteit het aanbod overtreft, zal je dat als consument financieel voelen — je wordt ontraden om de oven, de vaatwasser, het strijkijzer te gebruiken, of om de batterij van je auto op te laden —, maar je zoek- of werkopdracht met A.I. wordt er niet duurder, of op andere momenten goedkoper, van. Zullen datacenters worden stilgelegd als het windstil en donker is? [Nee.]

11.
Om al deze redenen lijkt het er sterk op dat gas een belangrijke energiebron zal blijven om elektriciteit te produceren. En, als dat aandeel 30 % of in de buurt van 40 % ligt, in feite méér gas zal verbruiken dan wanneer dat gas direct naar de uiteindelijke gebruiker wordt vervoerd.
Voeg daaraan toe dat warmtepompen vaak op piek-momenten werken (koud of heet), wanneer de vraag naar elektriciteit het hoogst is. en het aandeel gas daarin ook… [50 % ?] en we stevenen af op een verhoging van het gasverbruik.

12.
Toch wil de Vlaamse regering, en niet alleen zij, dat er minder gas en meer elektriciteit naar de uiteindelijke verbruikers wordt gebracht. Een dicht en hoogwaardig gasnet, dat weliswaar onderhouden moet worden [en waarbij, het moet gezegd, ten gevolge van slecht onderhoud of onvolkomen informatie-overdracht, soms dramatische ongevallen gebeuren] zal worden ontwricht of zelfs afgebroken, en het elektriciteitsnet met zware kosten versterkt om… het gas onder de vorm van elektriciteit tot bij de gebruikers te brengen.
Een heel nieuwe infrastructuur wordt opgetuigd — met geld dat er niet is — om evenveel, of zelfs méér gas te verbruiken. Samen met meer andere elektriciteit, die voor wat anders nuttig ware geweest. Bestaand kapitaal (het gasnet) wordt ontwaard.

13.
En de warmtepomp? zal u vragen. Terecht. Want zij was het argument voor de overschakeling van gas naar elektriciteit. Van gasketels naar elektrische warmtepompen.
Er bestaan ook op gas aangedreven warmtepompen. Ze weerstaan beter aan lage temperaturen — altijd handig als het om verwarming gaat. En de door de pomp geproduceerde “verlies”warmte wordt meegenomen in de nuttige warmteproductie.
Men zit dan allicht aan een gelijkaardig gasverbruik als voor de elektrische warmtepomp, maar (1) zonder bijkomend beroep te doen op kernenergie, (2) zonder bijkomend beroep te doen op hernieuwbare energie (die men voor andere, betere dingen kan gebruiken), (3) zonder versterking van het elektriciteitsnet, en (4) mét een voorraad (in casu gas) die tegen een stootje kan.

14.
Ter herinnering: de maatschappelijke uitdaging bestaat er niet in géén CO2 uit te stoten, maar wel véél minder. De opwarming van de aarde is het gevolg van een te grote uitstoot van CO2 — en van andere broeikasgassen.

15.
Tot slot: zeg me waar ik me vergis, waar de berekening niet klopt.
En, zelfs als de berekening niet helemaal klopt, zou de teleurstelling wel eens groot kunnen zijn, voor (bijna) iedereen — behalve de installateurs en andere bedrijven. Een nauwelijks verminderd gasverbruik en een nauwelijks verminderde uitstoot van CO2, een toegenomen en onbeantwoorde vraag naar elektriciteit {zoals die in Nederland bestaat, waar bouwvergunningen voor woningen, scholen, bedrijven… moeten geweigerd worden], hoge installatiekosten, versterking van het netwerk…

 

P.S.: Het is mogelijk dat u niet akkoord gaat met de kwalificatie die ik voor kernenergie gebruik, en dat u meent dat we ons geen zorgen moeten maken hoe de (vele) komende generaties moeten omgaan met ons kernafval. [Die zijn intussen zo slim en zo rijk — dankzij ons — dat ze die last (voor onze games, onze streamings, onze A.I. en onze elektrische auto’s) er wel bij kunnen nemen…] Dat is uw recht, maar doet geen afbreuk aan de redenering.

 

Dossin

Na een ochtendlijke TreinTramBus-actie in het station Mechelen-Nekkerspoel op 12 december, bezocht ik voor een derde of vierde keer de Kazerne Dossin.
[Pas nadien ontdekte ik de tragische ironie van treinen en stations: wat gemaakt is om mensen te brengen waar ze in vrijheid willen zijn, werd misbruikt om ze af te voeren en nooit meer terug te zien.]

Ik bezocht de permanente en de twee tijdelijke tentoonstellingen. Over de striptentoonstelling Het Onvoorstelbare Verbeeld kan ik jammer genoeg kort zijn — de scenografie was niet bestemd om bekeken te worden —, maar de andere tentoonstellingen zijn bijzonder goed gemaakt. Zo toont het verhaal van Jos Hakker — de in Amsterdam geboren Joodse banketbakker en verzetsstrijder uit de Provinciestraat, die in 1934 de Antwerpse Handjes heeft bedacht — hoe diep de Jodenvervolging niet alleen in de menselijke levens, maar ook in het maatschappelijk weefsel gesneden heeft.

In de permanente tentoonstelling was ik vooral onder de indruk van de derde verdieping, waar de meer dan twintig konvooien aan bod komen die vanuit Mechelen naar de vernietigingskampen vertrokken zijn. De aantallen, de datums, de foto’s… en dan de grote fotowand ernaast.

Ik erken dat ik daarbij tot een ongemakkelijke vaststelling kwam: hoe gewoner, hoe alledaagser, hoe herkenbaarder de mensen op de foto’s staan, hoe aangrijpender die foto’s zijn. De foto’s van de mensen met hun familie of vrienden, in een park of tuin, aan tafel of op het strand, zijn beklijvender dan de foto’s wat verder, waar de wreedheden worden getoond. De beelden van gewone mensen in herkenbare situaties, maar van wie we weten dat ze werden afgevoerd en voor de meesten vermoord, spreken meer aan, bevragen meer dan de foto’s van mensen in kampen, of naakt waar ze worden afgemaakt. Mensen worden in opeenvolgende stappen gedesindividualiseerd, vervolgens gedeshumaniseerd en tenslotte vermoord. Kras gezegd, het moet makkelijker zijn veel mensen te doden dan één, vooral als die mensen in voorgaande fasen ontmenselijkt zijn. Doden, massaal doden is de laatste stap in een proces dat met kleine stappen veel eerder begon.

Dat was de vaststelling die ik in de tentoonstelling maakte, en ze rijmt met het boek dat ik toen toevallig las. Dat was Jan de Hartogs “Het ziekenhuis” (oorspronkelijke titel “The Hospital”, 1964). De Hartog beschrijft de onmenselijke toestanden in het openbaar ziekenhuis van Houston, Texas, waar hij als vrijwilliger werkt, en vergelijkt zijn eigen reacties, en die van anderen, met wat hij zag toen nazi-slachtoffers op het einde van de oorlog opnieuw naar huis konden komen.

Ik citeer:

De stank van armoede kun je niet omschrijven, hoewel hij overal in de wereld dezelfde is. Ik had hem geroken in India, in Parijs, in gevangenkampen tijdens de oorlog, maar het meest onvergetelijk toen de eerste slachtoffers van de nazi-concentratiekampen na hun bevrijding in het vaderland terugkeerden. Het riep beelden in mij wakker van horden mensen, teruggebracht tot een staat van dierlijkheid, door ambtenaren gevoederd met hutspot geschept uit tonnen op een winderig stationsperron. Goederenwagens vol menselijk vee had ik hun last zien uitbraken op dat perron. Ik had gezien hoe menslievende helpers waren begonnen met hen te behandelen als ongelukkige medemensen, maar voordat de dag voorbij was, schreeuwden zij tegen hen en dreven die wemelende, afgestompte massa op als cowboys een kudde vee. Ik veronderstel, dat dit kwam, omdat zij er zich niet meer mee konden vereenzelvigen. Het was onmogelijk voor normale, beschaafde mannen om zich te vereenzelvigen met die stinkende, vervuilde, uitgehongerde, van luizen krioelende menselijke wrakken. Niemand kon zich een realistische voorstelling maken van de omstandigheden, waarin deze mensen gedwongen waren geweest te leven, met als resultaat hun degeneratie tot een kudde vee, doelloos ronddolende op de grens van een massale paniek. Ik was hun stank vergeten; ik herinnerde mij die weer, na al die jaren, toen ik het Jefferson-Davis Gasthuis in Houston, Texas, binnentrad.

Deze ervaring onderstreept het belang van de blijvende zoektocht naar foto’s, en van de actie “elke naam telt” van Kazerne Dossin. Elke mens als mens erkennen, elke naam uitspreken is wel het minste dat we kunnen doen.

Eén ding wringt toch wel.
De tentoonstelling van Kazerne Dossin handelt ook over andere schendingen van de mensenrechten, in het verleden en het heden. Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en, heel terloops, Belgisch Congo. Het wordt tijd dat ze ook aandacht besteedt aan wat in Palestina gebeurt.

aandacht voor rassendiscriminatie in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, Kazerne Dossin

 

Deze tekst is gebaseerd op een brief die ik op 26 december 2024 aan Kazerne Dossin zond. De foto’s nam ik op 27 januari 2025.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑