De kleine overwinning van Emmanuel Macron, door het Franse kiessysteem buiten proportie opgeblazen, heeft de politieke realiteit wat verdoezeld : talrijke Fransen zijn niét naar de stembus getrokken, of hebben op systeembrekende partijen gestemd, het Front National en La France Insoumise (waarmee ik deze twee niét over eenzelfde kam wil scheren), plus nog wat klein grut. Inmiddels is president Macron (hier een Franstalige, drie jaar oude tekst over hem, op deze site) begonnen geld van de armste Fransen naar rijkere Fransen te schuiven, in casu door de verlaging van de woonsubsidies: uniform 5 euro per maand gaat er af.
De vraag blijft dus, even sterk als voorheen, naar de Franse malaise, waarover ik enkele maanden geleden schreef. Ik ga daar verder op in, een stuk concreter, maar wel erg makkelijk voor me. Ik vertel jullie een boeiende tekst die onlangs in het digitale tijdschrift Métropolitiques verscheen: >Distance spatiale et distance de classe, Les mutations de l’encadrement industriel en milieu rural. Julian Mischi onderzocht de impact van de hedendaagse management-technieken in een atelier van de Franse spoorwegen op de sociale verhoudingen en interacties in de landelijke regio waar dat atelier gevestigd is.
De inhoud spreekt voor zich.
Maar Julian Mischi’s verhaal biedt me ook een onverwachte kans terug te keren naar Michiel Hendryckx’ verlangen naar Frankrijk, het beginpunt van deze korte reeks teksten. Daarover dadelijk meer. Lees verder
Tag: politiek en samenleving (Pagina 36 van 59)
De geschreven pers beleeft moeilijke tijden. Reclame vloeit weg, en zogenaamde sociale media zorgen voor sneller nieuws. Waar of onwaar, aangrijpend alvast, en dat is wat telt.
Hun digitale versies spelen korter de bal — publiceren zelf ook tweets — waardoor de papieren kranten zowel financieel als inhoudelijk nog meer in verdrukking komen. Wat je ‘s morgens leest, was de avond voordien al achterhaald. In dezelfde krant, met dezelfde titel, maar digitaal.
De Standaard, De Morgen, Le Monde, en vele andere, volgen het voorbeeld van The New York Times. Met een zware zaterdagkrant slaan ze terug. Geen Nouvelle Cuisine maar stoemp. En een vette prijs: €3,60 voor De Standaard. Wat heb je daarvoor? Hoe stelt die zich voor?
1. “Een interview? Ik wil eerst excuses”, een dubbelgesprek met Ignaas Devisch en Etienne Vermeersch — enkele dagen voordien in elkaars haren gevlogen. Want, zo verwacht de redactie, twee van mening verschillende filosofen-ethici — ze twisten over de rede — samen interviewen geeft meer spetters dan elk voor zich. En ontslaat de journalist van een deel van zijn werk.
2. Wallonië snakt naar verfrissing — “Iemand als Macron zouden we hier wel kunnen gebruiken”. Diepgravend onderzoek: stuur enkele journalisten op café, en zet er wat foto’s bij. Om te voelen wat er bij echte mensen leeft. Amerika, Nederland, Frankrijk…, vandaag is Wallonië aan zet.
3. Wir schaffen das, Afrikaanse stijl. Oeganda, vluchtelingenparadijs voor de Zuid-Soedanezen.
4. Jonge wolven Equal Idiots — “Als Iggy Pop komt kijken, kakken we in onze broek”.
Equal Idiots is een punkgroep uit Hoogstraten, en het citaat is volgens De Standaard het belangrijkste wat die jongemannen te vertellen hebben. Of doen.
5. En bovenaan nog wat architectuur, of vastgoed, en een promotiecampagne. Een mens leeft niet van letters alleen.
Géén nieuws dus, op die dikke zaterdagkrant. Er gebeurt ook zo weinig vandaag. Behalve een reportage die er mag zijn (want Afrika is ver, en we weten er nauwelijks van), brengt De Standaard vooral opgeklopt nieuws. Als er geen actualiteit is, of ze moeilijk lijkt, bouwen we die zelf. Met een dubbelinterview, filosofie als sport.
€3,60 voor die krant. Weggegooid geld. Ga wandelen. In minder dan een maand heb je centen genoeg voor een boek. Het enige echte nadeel van boeken is, dat je ze na lezing (of zelfs zonder lezing) per se bewaren wil. Een boek blijft, en dat vraagt plaats in je kast. Met kranten heb je die zorgen niet. Kranten vergaan.
Neem bijvoorbeeld “Het hout” van Jeroen Brouwers. Nieuw voor €12,50. Geen drie-en-een-halve zaterdagkrant. [Veel zal hij daar niet aan over houden — cf. Sisyphus’ Bakens, Brouwers’ vloekschrift over de verloning van schrijvers.] Misschien is het zelfs een goed boek, gekocht of gelezen heb ik het nooit. Toen het in 2014 verscheen, leek het mij op natrappen — “tirer sur l’ambulance”. Seksueel misbruik in de Kerk, er was al jaren over bericht.
Gisteren had ik het boek weer vast, en aarzelde. Toch graag weer een Brouwers gelezen. ★★★★★ De Volkskrant — ★★★★ De Morgen — ★★★★ NRC Handelsblad — ★★★★★ De Standaard — Genadeloos, vilein, krachtig Trouw — enz., tot en met — Magistraal Noord-Hollands Dagblad. Het staat allemaal netjes gedrukt op “Het hout”. Niet achteraan, waar je zo’n commentaren wel zoekt, of op een losse wikkel, maar op het voorplat, boven de titel. Wie het boek nu nog niet heeft, meent de uitgever, komt zo’n aanmaning wel van pas. (Mij niet. Ik wacht tot die kreet er weer af is.)
Zelfs voor de kritiek van een boek moet je geen kranten meer kopen. Het wordt je handig samengevat.
★★★★★!
[Uiteindelijk heb ik “Chaos en Rumoer” gekocht, van de betreurde Joost Zwagerman, over een schrijver met schrijfkramp, en over de media. Maar dat was tweedehands, in de winkel ernaast. €7,00. Het lijkt ongelezen.]
Dit is het verhaal — nee, niet echt een verhaal, een overzicht veeleer — van twee broers, Bart en Dirk.
Dirk koopt een auto, een diesel, en Bart een bosgrond — een bouwgrond in een bos.
Dirk kiest voor diesel. Die zijn stevig, en komen ook goedkoper uit. De Staat helpt een handje, met lagere rechten en accijnzen. Zo’n ding is goed voor twintig, vijfentwintig jaar — rijden zonder zorgen.
Bart kiest een kavel midden de bomen. Een lommerrijke omgeving met goed volk. Bomen planten moet hij niet — ze zijn al groot. Rooien wel. Voor zijn huis en zijn gazon — in de zon.
The New York Times publiceerde op 16 november 2016 (een week na de verkiezingen) een artikel van Tim Wallace over >“The Two Americas of 2016”, waarin hij de tweedeling van het land extra in de verf zette : een grootstedelijke rand, op de wereld gericht, die Clinton stemt, en een besloten binnenland, voor Trump.
Deze analyse — en een artikel van Jens Aerts in het tijdschrift Ruimte (“The urban-rural devide”, december 2016, nummer 32) — zette me aan het rekenen. Ik vergeleek de kiesresultaten per staat met de inkomensgegevens, en kwam tot een niet geheel onverwacht, maar in zijn kracht toch verrassend resultaat:
arme staten stemmen Trump, rijke stemmen Clinton.
Daarmee is niét gezegd dat arme mensen overwegend Trump stemmen — de analyse spreekt zich daarover niet uit. Arme en/of rijke mensen in staten met lagere inkomens stemmen Trump. En waar meer geld wordt verdiend is Clinton favoriet.
Ik verwerkte de resultaten in verschillende grafieken (staafdiagrammen en puntendiagrammen), en keek ook naar de inkomensongelijkheid en het welzijnsniveau, daarbij steunend op het onderzoek van Richard Wilkinson en Kate Pickett, waarover ik eerder schreef (“The Spirit Level, How Equality is Better for Everyone”).
Ik kom hier zeker op terug.


