Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 44 van 59)

voor niets gewerkt? ❧

160404-schelde-Rapide

Sinds enkele maanden staat er op de franstalige flank van deze website een wat langere, moeilijke tekst over economie, gevoed door de lectuur van bekende en minder bekende boeken van Thomas Piketty (“Le capital au 21ème siècle”) en Philippe Askenazy (“Tous rentiers! Pour une autre répartition des richesses”) — en door enkele krantenartikels, uit De Standaard en La Libre.
Ik keek op tegen het vertalen van de volle 24 pagina’s — al staan er veel illustraties in, wat de taak verlicht — maar dat is, na een moeilijke start, toch makkelijk gebleken. Het herlezen van de Franse tekst heeft ook enkele foutjes aan het licht gebracht — die ik meteen corrigeer —, en me aangezet om het denkspoor verder te volgen. Ik kom daar zeker op terug.

Dit is dus de Nederlandse tekst: “Voor niets gewerkt?”

Piketty schrijft over de groei en concentratie van kapitaal, in handen van een kleine groep, waardoor zowel de inkomens als de talenten van de anderen hun waarde verliezen op de markt — en hun ideeën en verwachtingen hun waarde in het parlement. Een collectief verarmings- en vervreemdingsproces is gestart, al zijn er nog velen die er — voorlopig en schijnbaar — aan ontsnappen.

Wat Askenazy stelt komt in grote lijnen hier op neer: We hebben minder behoefte aan hér-verdeling, dan aan correcte verdelingsmechanismen. Ik treed hem daarin bij.
Geef ieder wat hem toekomt, in functie van zijn arbeid (Askenazy), en als deel van de gezamenlijke erfenis, en van wat de aarde heeft en geeft (mijn tekst van maart vorig jaar over het universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen). Snoei in alle mechanismen waarmee private actoren de welvaart voor zich opeisen, ten koste van anderen. Dan is er veel minder hér-verdeling nodig. Een correcte primaire verdeling is sterker en duurzamer dan een secundaire herverdeling. Ze is in zekere zin ook liberaler, tenzij je onder liberaal ook verstaat dat gemeenschappelijke bestedingen, voor onderwijs, gezondheidszorg, cultuur… uit den boze zijn, en enkel leger en politie openbare taken zijn.

1.     Om het met Askenazy te zeggen, de concurrentiekracht van een land, dat zijn de kamermeisjes in de hotels die de lakens verschonen, dat zijn de arbeiders die de bagage in de luchthaven verhandelen, dat zijn de sluiswachters, de loodsen en de luchtverkeersleiders, dat zijn de verpleegsters, de onderwijzers, de stratenmakers, de architecten en de metsers, en ook de bakkers, de winkeliers, de caissières — allemaal m/v —, of de chiroleiders en de trainers van de plaatselijke voetbalclubs, die aan het jonge geweld hun vrije tijd besteden. De concurrentiekracht van een land zit niet in de raad van bestuur, ze staat in de keuken.

2.     Om het met de Franse twaalfde eeuwse filosoof Bernard de Chartres te zeggen, die het belang van de — gezamenlijke — erfenis voor de actuele — individuele — verdienste erkent: “Nous sommes comme des nains juchés sur des épaules de géants (les Anciens), de telle sorte que nous puissions voir plus de choses et de plus éloignées que n’en voyaient ces derniers. Et cela, non point parce que notre vue serait puissante ou notre taille avantageuse, mais parce que nous sommes portés et exhaussés par la haute stature des géants.”
Wat geldt voor de wetenschap, geldt nog meer voor de immense geestelijke en materiële erfenis, waarzonder we niets zijn. We zijn als dwergen op de schouders van reuzen. Wien zijn de appels die we plukken?

over markt en macht ❧

Een reis naar Québec (de provincie) en Montréal heeft me in 2008 tot het schrijven van een album gebracht: “Nieuwe Wereld, over eindigheid en oneindigheid”.

Daarin vertelde ik eerst het verhaal van de twee tot drie weken durende ontdekkingstocht door een klein stukje van dat onmetelijke land, en nadien de gedachten waartoe die reis me had geïnspireerd, over toe-eigening, burgerschap, migraties, en dergelijke meer.
De toen heel acute twisten over het eigendom over de Noordpool, tussen Rusland en Canada, met Denemarken, Noorwegen en de Verenigde Staten als aandachtige en belanghebbende toeschouwers, waren het vertrekpunt voor een vijftiental korte teksten, die ik samenbracht onder de titel “over markt en macht”.

Dat hoofdstuk “over markt en macht”, net als de twee daarop volgende — “Wereldburgers, van mensen en grenzen”; “Terug naar huis” — en ook twee eerdere albums  — “Noorderlicht” (2005); “Spiegels op het water” (2006) — zijn in zekere zin mijn moederteksten — wat moeilijk of stroef — waarvan ik tot vandaag de ideeën gebruik. Zonder hier alles te publiceren — er staan zowel intieme stukken in, als andere die publiek kunnen worden gemaakt — publiceer ik hier wat met zijn volledige naam heet: “De Russen komen. Over markt en macht”.
Die titel verwees naar een zin uit het eerste hoofdstuk: “In Canada — en ook in het “kleinere” Québec — en in de wisselwerking tussen beide — en de verhouding tot de Inuïts, of tot de Russen — zijn ongemeen boeiende processen aan gang, die een voor mij nieuw licht werpen op de wereld van morgen, op zijn problemen, zijn uitdagingen, zijn kansen en mogelijkheden. (…) [Maar] laat me dus eerst vertellen wat we gezien hebben. De Russen komen nadien.”

[Deze tekst uit 2008 heb ik op 10 juni 2016 hier geplaatst, om een link met een nieuwe tekst — op 11 juni — mogelijk te maken.]

BeNePost, ook voor de brieven?

Dit is een vervolgje op de (Franse) tekst die ik hier op 21 maart bracht: “Travailler pour rien”, en waarvan de Nederlandse versie “Voor niets gewerkt?” op 11 juni verschijnt.

Waarover gaat economie? vroeg ik me af. Gaat het over goederen en diensten, voor de mensen, of over geld? Gaat het over gezonde en smaakvolle voeding, goede huisvesting, kwaliteitsvol onderwijs, degelijke gezondheidszorg — die ook vlot beschikbaar en betaalbaar is —, een gezond en natuurlijk milieu, en een bloeiend cultureel leven? Of gaat het over balansen en bottom-lines?
[Het gaat over bottom-lines. Het netto-resultaat.]
Een illustratie met Bpost.

* * *

Ging Bpost Postnl kopen? [Terloops, wie beide woorden tracht uit te spreken, weet meteen waar het Franse “postillonner” zijn oorsprong vindt.] Heeft de vroegere minister Labille met zijn voortijdig bericht heel de zaak verknoeid? Een geheim geschonden? En is dat strafbaar? Of komt het toch goed? Staat Postnl nog steeds te koop? Wat kost het? Waar komt het geld vandaan?
De kranten stonden er vol van, maar niemand sprak over post.

Post?
De politici, de bedrijfsleiders, de commentatoren, de vakbondslui, iedereen was vergeten waarover het gaat: Bpost en Postnl zijn postbedrijven. Tot nut van ‘t algemeen door datzelfde algemeen opgericht. Ze verdelen post. Sinds het internet is dat een pak minder, en ook anders geworden, maar toch blijft er… post.

Bpost en Postnl zijn ook, net als hun buitenlandse zusters, financiële dienstverleners. Dat waren ze vroeger nog meer: de postchèque en de giro. Tot ieders tevredenheid — behalve van de banken: het systeem was handig, het werkte goed. “Oneerlijke concurrentie.” Onder dwang van de Europese Unie werd daar een mouw aan gepast, en de kwaliteit verlaagd. Downgraded, tot nut van de markt.

Heeft iemand van jullie in een van al die artikels over de Belgisch-Nederlandse postfusie of postovername maar één zin, één woord gelezen over post? Over postbedeling? Zorgt een Belgisch-Nederlandse Post — een BeNePost — ook voor betere dienstverlening? Zorgt ze voor snellere post tussen Antwerpen en Amsterdam? Voor eengemaakte tarieven, van Den Helder tot Clairefontaine? En BeNezegels, die je in Rekkem koopt, en bij Emmen op je brieven plakt. Dat zou nog wat zijn. Maar daar ging het niet om.

Even naar Amerika, de States. Het land van de markteconomie.
De Amerikaanse post is al 240 jaar een openbaar bedrijf, op maat van alle staten, en niet voor elk van hen afzonderlijk. In de zomer van 1775, nog vóór de onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776, beslisten de revolutionairen tijdens hun tweede Congres een federale, openbare postdienst op te richten, en stelden Benjamin Franklin aan het hoofd: the United States Post Office.
Zonder eengemaakte openbare post geen verenigde staten, oordeelden ze, en dus bepaalt de Amerikaanse Grondwet al sinds hij geschreven werd, in 1787: “The Congress shall have power (…) to establish post offices and post roads” (section 8, clause 7).
Zelfs zonder grondwet, maar met verdragen, was een Europese openbare post al meer dan vijftig jaar mogelijk — en vooral wenselijk — geweest.
Een BeNePost als eerste stap? Voor de brieven, en voor de klanten. 

* * *

Synthese:
We hebben de wereld op zijn kop gezet.

  1. Er is discussie over de evolutie van een postbedrijf, maar niemand spreekt over post.
  2. Het openbaar maken van informatie over de evolutie van een bedrijf van openbaar nut met openbaar kapitaal is een strafbaar feit. Niet in Noord-Korea, maar in België, een democratie.
  3. De Europese Unie verkwanselt mooie kansen om voor burgers en bedrijven haar nut en haar waarde te bewijzen.
« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑