Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 45 van 59)

waarom Jan Jambon en Geert van Istendael snotneuzen zijn

Oma, Opa, Papy, Mamie, Bompa, Bomma… het zijn eretitels.
Titels die je draagt bij kleinkinderen en achterkleinkinderen en — bij uitbreiding — kinderen, schoonkinderen en vriendjes van.
Het zijn liefkozende namen, die nabijheid en vertrouwen in woorden zetten: jij bent van ons en wij van jou.

Die mooie namen worden misbruikt. Een onbekende oudere man of vrouw wordt ongevraagd opa of oma genoemd, in de tram, aan de balie, in de krant. Een inbreuk in zijn of haar intimiteit. Waarmee de spreker of schrijver bedoelt dat oudere mensen onbekwaam zijn, onnozel, in zekere zin zelfs ongevaarlijk. Ze zijn uit-ge-ran-geerd. Het respect dat we hen tonen, is slechts schijn.

Daarom stel ik voor dat we iedereen, ongeacht zijn leeftijd, die onterecht het woord opa, oma, papy, mamie, bompa of bomma in de mond neemt, of welke variant dan ook, voortaan snotneus noemen (“morveux” of “morveuse”, in het Frans). Snotneus!

Twee recente snotneuzen.

  • “Als u denkt dat we enkel mensen met een bruine huidskleur selecteren: dat zal niet zo zijn. We gaan niet aan ethnic profiling doen. Ook de oma van 75 heeft kans om gecontroleerd te worden.” (Jan Jambon in Terzake, geciteerd door De Standaard, 3 mei 2016).
  • “Misschien was het toch beter geweest dat de extreem-rechtse luchtvaartingenieur de Oostenrijkse presidentsverkiezingen had gewonnen en niet de minzame groene opa.” (Geert van Istendael, “De elites van West-Europa weigeren de nood van hun medeburgers ernstig te nemen”, in De Morgen, 25 mei 2016). — Wat gebeurt er als Van Istendael in een opiniestuk de vroegere Deense Eerste minister poesje noemt?

Zoals je ziet, al zijn het er nog maar twee, het cultureel en maatschappelijk veld van onbehouwenheid is breed. Heb jij andere voorbeelden?

 

P.S.: Ik hoor het al. Ik ben wel héél vroeg met deze commentaar, en heb nog veel tijd om me kwaad te maken.

“obligation de ne rendre obligatoire”

Laatst vond ik, op kantoor, in het administratief persoverzicht, volgende korte tekst:

Obligation de ne rendre obligatoire que les normes consultables gratuitement

L’article 4 du décret n° 82-167 du 16 février 1982 ne peut être regardé comme ayant pour objet ou pour effet de déroger au troisième alinéa de l’article 17 du décret n° 2009-697 qui prévoit, dans le respect de l’objectif à valeur constitutionnelle d’accessibilité de la règle de droit, que les normes dont l’application est rendue obligatoire doivent être consultables gratuitement.
D’où l’annulation pour ce motif d’un arrêté portant approbation d’un recueil d’instructions générales de sécurité d’ordre électrique.
Conseil d’État N° 383756 – 2016-02-10

Als ik zoiets lees, moet ik driemaal nadenken.
In feite staan er twee dingen.
Praktisch: een reglement voor elektrische veiligheid werd nietig verklaard.
Principieel: normen kunnen slechts worden opgelegd als ze gratis beschikbaar zijn (en je dus niet moet betalen om ze op een website te raadplegen).

Maar het is wel moeilijk gezegd. Schoon Frans. Met opeengestapelde bevestigingen of ontkenningen. Zoals een collega (jurist!) ooit zei: “Vous n’êtes pas sans ignorer”. [Onmeedogenloos, is zo’n zin.]

* * *

Overigens is dat objectif à valeur constitutionnelle (die doelstelling met grondwettelijke waarde) wel mooi: je wordt niet verwacht te betalen om de wet te mogen lezen.
Jammer dat de rechtspraak — la jurisprudence — daaraan zo vaak ontsnapt. Ze is vaak ontoegankelijk, tenzij je de beste advocaten hebt, die over enorme bestanden beschikken. Al is ze — zelfs meer en meer, ook in het Frankrijk van het geschreven recht — een bron van recht. Dat wil zeggen, een basis waarop rechters voortbouwen als de wet geen uitsluitsel geeft.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑