Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 19 van 60)

veiligheid voor iedereen (antwoord aan Saskia De Coster)

In De Morgen van vrijdag 2 juli verhaalt Saskia De Coster (“veiligheid eerst, vooral van de auto”) twee recente, onaangename fietsanekdotes, met ijverige — te ijverig geachte — Antwerpse politie-agenten, en een derde, wat oudere anekdote, met een wegpiraat in een auto, en een te weinig ijverige politie.
Over die laatste anekdote spreek ik me hier niet uit. Ze is, ondanks de ernst, niet van aard om mijn lezing van de eerste twee te beïnvloeden.

Ik kan Saskia De Coster wel een heel eenvoudige suggestie doen. Indien de politie in de buurt waar ze woont te ijverig is omtrent fietsend wangedrag — zoals ze stelt —, kan ze die politie misschien vragen haar actieterrein te verleggen, en in andere buurten wat ijveriger te zijn. Er zijn straten genoeg in Antwerpen waar de voetgangers op het voetpad al te vaak door geparkeerde fietsen (en steps en brommers) en door rijdende fietsers (etc.) worden gehinderd en in gevaar gebracht.

parkeren is geen Mensenrecht

Wat dat parkeren op voetpaden betreft wil ik er hier op wijzen dat het stallen van een voertuig op de openbare weg, laat het een auto zijn, een kar of een fiets, niet in de Universele verklaring van de rechten van de Mens staat vermeld. De vrijheid zich te kunnen verplaatsen wel, en te voet gaan is de essentieelste manier om dat te doen. Uiteraard moet er in onze steden en gebouwen meer plaats worden gemaakt om fietsen te parkeren, met name door meer autoparkeerplaatsen tot fietsparkeerplaatsen en autogarages tot fietsgarages om te vormen, maar er mag daarop niet gewacht worden om bij het parkeren van fietsen nu al meer burgerzin te tonen dan gebruikelijk is. Ook fietsers hebben benen.

Wat dat fietsen op voetpaden betreft: behalve voor kinderen, voor gehandicapten die daarvoor bijzondere voertuigen gebruiken, en voor postbodes die met hun vracht letterlijk van deur tot deur rijden, en daartoe elke vijf meter moeten stoppen, bestaat er geen enkele reden om op het voetpad te fietsen. Als er, om welke reden ook, geen of onvoldoende plaats is op de rijweg, of op het eventueel aanwezige fietspad (veel autoverkeer, teveel fietsverkeer, afsluiting van de rijweg of het fietspad, etc.), en de fietser oordeelt dat het beter is zich op het voetpad te begeven, mag van de fietser verwacht worden dat hij zich daar als een voetganger gedraagt. Met andere woorden: hij stapt af en leidt zijn voertuig met de hand, zoals anderen dat met kinderwagens, rollators, reiskoffers of boodschappenwagentjes doen.

Ik vermeld nog even dat ik onlangs over dergelijke problematieken (en verwante, waaronder hinderlijk geparkeerde auto’s) zowel het stadsbestuur als sommige districtsbesturen heb aangeschreven. Geen enkel voertuig is belangrijker dan een mens.

Lees ook hier: Wie ruimt dat op?

leve de balie, leve de mensen — zonder tijdsslot dolen door Gent

Deze bijdrage schrijf ik naar aanleiding van Johan Rutgeers’ opinietekst in De Standaard van 1 juli 2021 “Gentenaren bevrijden het Gravensteen”. Ze gaat echter niet over het Gravensteen — overigens een belangrijk onderwerp.

Johan Rutgeers schrijft: “Ontvangstbalies zullen in de toekomst overbodig worden, nu iedereen eraan gewoon is geraakt zijn tickets online te kopen en slots te reserveren. Dat wereldwijde fenomeen zal de overbelasting van onze monumenten en musea verlichten. Piek- en daluren zullen verdwijnen, en dat komt de bezoekers en de monumenten alleen maar ten goede.”

Welnu, ik hoop het tegendeel. En verwacht van musea dat ze de ontvangstbalies spoedig in ere herstellen. Covid-19 heeft ons zowat de arm omgewrongen, en ons verplicht voor allerlei dingen via digitale media tijdssloten te reserveren. Ongedwongen dwalen door een stad, geleid door het weer, het humeur, de vrienden, was er niet meer bij. Plots beslissen al dan niet een Gravensteen of ander museum te bezoeken werd onmogelijk gemaakt. Je moest op voorhand plannen en beslissen wanneer je het museum wilde binnengaan, en de rest van je dag erop afstellen. Met je klok in de hand door de stad.

Nee, geef mij maar de vrijheid van het onvoorbereide, met één groot tijdsslot dat van 10 tot 17 uur loopt, en met mensen aan de balie aan wie je zelfs een vraag kan stellen, een advies kan vragen — of gewoon een mooie dag wensen. Veel liever dat dan zo’n website met sloten, cookies en vinken.

 

 


De Standaard, 8 juli 2021

Jefke, zijn mutsje, en het neusje van de tram ❧

Dit ben ik, begin 1954 moet dat zijn. Het is een uitsnit uit een foto “wandelen langs het Albertkanaal”.
Wat me intrigeert is het witte mutsje. Of juister: het puntje in dat witte mutsje.
Het is een modern motief, dat in de jaren vijftig, of zelfs voordien, erg populair moet zijn geweest. Een speelse noot — of fiorituur — in een tijd die naar zakelijkheid streefde.

Die lijn met dat puntje, waarvan ik vermoed dat je ze in meerdere moderne dingen uit die tijd kan vinden, zie je ook op de Antwerpse PCC-trams, die vanaf de jaren vijftig door La Brugeoise et Nivelles (BN) naar Amerikaans ontwerp zijn gebouwd. Geleverd omstreeks 1960, rijden veel van die trams tot vandaag.

 

Tramstel 7001 (eertijds 2001), in originele vanille en chocoladekleuren, hier op lijn 11.

Enig zoekwerk op het internet toont me PCC-trams met zo’n puntje in het koetswerk in Chicago, San Francisco, Philadelphia, Boston, Pittsburgh, Minneapolis-St-Paul, San Diego, Kenosha (Wisconsin) en Toronto (allicht allemaal oudere trams dan in Antwerpen), en in Marseille, Saint-Étienne, Den Haag (zeer diverse modellen), en Gent. Toch zijn er ook PCC-trams zonder dat puntje in Brussel, Rome, Praag, Dresden en Belgrado (en ook Boston). Het lijkt er dus (bijna) op dat men oordeelde dat een moderne tram niet zonder dat puntje in het koetswerk kon. In Antwerpen, Marseille en Saint-Étienne (die trams, allemaal van BN, lijken sterk op elkaar), in Gent (veel discreter), en in Den Haag (voor sommige modellen) werd dat puntje bovendien in het lakwerk onder de voorruit herhaald. Het neusje van de tram.

 

PCC-trams in San Francisco (bouwjaar 1948) en Den Haag (1971).

Later werden die puntjes, in Antwerpen en in Gent, zowel boven als onder, weggeschilderd. In de zwarte verf, bovenaan, zie je nog nauwelijks dat er een puntje in het mooie koetswerk zit.

 

Een PCC-tram op lijn 12: het puntje in het koetswerk is weggeschilderd.

verkeersagressie

Op 27 mei (2021) verhaalde La Libre Belgique een geval van verkeersagressie in Sint-Pieters-Woluwe. Een fietser rijdt op de Edmond Parmentierlaan met zijn twee dochtertjes in een wagentje achter zich. Ongeveer ter hoogte van het hockeyterrein Ombrage staat een auto midden op het fietspad geparkeerd, de automobilist aan het stuur, al zijn aandacht voor zijn GSM. De fietser wijkt uit, rijdt over het voetpad, en tikt eventjes vriendelijk op de motorkap van de wagen, om de man opmerkzaam te maken dat hij gevaarlijk op het fietspad staat.
De man is gepikeerd, vertrekt snel — “en trombe” —, rijdt de fietser voorbij, en zet hem klem. Er volgt een korte woordenwisseling, waarbij de automobilist verklaart dat hij op het fietspad staat om zijn dochter op een veilige manier af te zetten. De fietser voelt zich bedreigd, rijdt toch verder, waarna de automobilist het gevaarlijke manoeuvre herhaalt: even achteruit, snel optrekken, inhalen, plots remmen. Pas nadat de fietser zijn mobieltje neemt om een foto of filmpje te maken, rijdt de man haastig weg. De fietser dient klacht in (police-on-web.be). Een onderzoek wordt gestart in de hoop met bewakingscamera’s de automobilist te identificeren.

herkenbaar

Nog afgezien van het feit dat er op genoemde Edmond Parmentierlaan talrijke mogelijkheden zijn om even halt te houden — aan een van de inritten van de villa’s bijvoorbeeld — is het gedrag van de automobilist zeer herkenbaar. Een automobilist zet zich liever niet op de rijweg, maar op een voetpad of fietspad. Hij stoort niet graag de doorstroming van de andere auto’s, maar heeft er geen problemen mee de fietsers en voetgangers te hinderen. Auto’s zijn zwaar en gevaarlijk, en ze hebben stevige toeters. Fietsers hebben een belletje, en voetgangers enkel hun stem. Die mensen maken wel een ommetje, of wachten tot het voet- of fietspad weer vrij is gemaakt. Ook een automobilist die zijn garage wil inrijden laat zijn auto liefst op het voet- en/of fietspad staan, maar niet op de rijweg, terwijl hij de poort open zet. Het recht van de sterkste.
De fietser uit het krantenartikel vroeg vriendelijk om aandacht en respect, maar kreeg woede en agressie. Die reactie herken ik wel.

schaamteloos

Het gedrag van de automobilist, dat de fietser terecht (en vriendelijk) hekelde, is ook het gedrag van fietsers ten overstaan van voetgangers. Een dagdagelijks gedrag, dat zelfs normaal wordt geacht. Fietsers hinderen liever voetgangers, dan elkaar. En ze rijden geen meter te ver. Een fietser die halt houdt, doet dat niet op het fietspad, hij staat op het voetpad. Ook om een fiets voor korte of lange tijd te parkeren wordt schaamteloos het voetpad gebruikt: hier moet ik zijn, hier zet ik me, en als dat jou hindert kan me dat geen barst schelen. Het recht van de sterkste.
Dergelijk onvriendelijk gedrag wordt aangemoedigd, en door producenten en verkopers van fietsen veelvuldig als verkoopsargument gebruikt. Zelfs voor cargo-fietsen — de extreemste soort fietsen in onze straten: groot, snel, zwaar, met een motor, en scherpe hoeken aan — die door fietsbedrijven “een combinatie van een fiets en een kleine stadswagen” worden genoemd. Wie met zo’n ding rijdt “lijdt niet aan parkeerstress”, en plaats zijn “vrachtfiets met bak” “snel en gratis dicht bij de ingang”.  Op het voetpad, wordt bedoeld. Vrachtfietsen worden ook… “stadsvriendelijk” geacht. Wat we in dit geval mogen begrijpen als: de stad is vriendelijk voor die machines, eerder dan die machines zijn vriendelijk voor de stad. In feite maken ze gebruik van enkele gaten in de reglementering, omtrent wat een fiets is, én van jarenlang gedoogbeleid, omtrent hoe je een fiets gebruikt — met lak aan regels en mensen. Een cargofiets is een handige oplossing om mobiliteitsproblemen op anderen af te wentelen. In beperktere mate, en in functie van het concrete gedrag van de fietsers, zijn bakfietsen en gewone fietsen, al dan niet elektrisch aangedreven of ondersteund, dat ook. Wanneer een gefietste oplossing ten koste van voetgangers gaat, kan ze bezwaarlijk als mensvriendelijk, stadsvriendelijk en duurzaam worden beschouwd.

agressie

Een herhaalde agressie, zoals in het artikel beschreven, heb ik nog niet ervaren. Mildere vormen van agressie, in dit geval fietsers-agressie, die wel. Herhaaldelijk. Waarbij ik duidelijk onderscheid maak tussen agressie en gevaarlijk gedrag. Gevaarlijk gedrag komt dagelijks voor, agressie is zeldzaam — gelukkig maar. Gevaarlijk gedrag kán schaden, agressie heeft de uitdrukkelijke bedoeling dat te doen, fysiek of (vaker) mentaal.
Ik heb scheldwoorden gehoord, over geslachtsdelen waarover gefietst (!) zou worden — omdat ik op het voetpad liep, dat een fietser toch liever voor zich had gehad —, of ter plaatse uitgevonden verkeersregels over onbestaande zebrapaden — omdat ik op een reguliere wijze een straat overstak, en niet stopte voor een fietser die even later op niet reguliere wijze en met een veel te ruime bocht diezelfde straat indraaide. Ik heb een klop op mijn kop gekregen — OK, dat was in Rijsel, iets langer geleden dus, omdat ik niet van het smalle voetpad wilde stappen waarop hij sneller wilde rijden dan ik ging. En ik ben meermaals aangereden, nee echt niet hard, wel moedwillig, doelbewust — op een plein of een stoep.
Maar ik geef geen commentaar, ik hou mijn mond, om niet te ervaren wat die fietser uit de krant is gebeurd.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑