moskenes.be

Jef Van Staeyen

Pagina 2 van 71

omtrent de financiering van kunsten — waarom geschiedenis en geschiedenisonderwijs zo belangrijk zijn

Er is discussie, in Vlaanderen, over de financiering van de kunsten. De regering heeft beslist de subsidies te verlagen (en herschikken), en daartegen komt protest. Ze beweert dat iedere sector moet inleveren — waarom dan niet de kunsten? — maar elders lezen we dat de politici niets besparen op wat ze voor zichzelf voorzien. Passons.
Het Vlaams Belang doet er nog een schepje bovenop. Het verheugt zich over de beperking van de subsidies, en zegt dat die inkorting nog wel wat verder mag gaan. Het heeft daar zijn redenen voor.
Ik ga daar niet mee akkoord, maar hun standpunt is legitiem. Elke partij of burger heeft het recht te menen (of te eisen) dat de financiering van de kunsten verminderd of zelfs afgeschaft, of in tegendeel flink verhoogd en misschien zelfs verdubbeld wordt. Of het intelligent, pertinent en consequent is, is een andere vraag.

Edoch, en daar komt de aap uit de mouw (een aap die al jaren in dat hemd heeft gezeten, en er niet zo snel uit verdwijnen zal…), het Vlaams Belang stelt ook dat Van Eyck en Rubens zonder subsidies hebben gewerkt.

De mannen en vrouwen die dat beweren hebben ofwel nooit geschiedenisles gehad, of slechte geschiedenis, met alleen maar feitjes, jaartallen en helden, ofwel gewoon niet opgelet. Ze dromen en dwalen over identiteit, erfgoed en Vlaamse meesters, maar kennen hun geschiedenis niet. En ze hebben evenmin het boek van Bart Van Loo over De Bourgondiërs gelezen — misschien wel gekocht en erover gepraat — en wat hij schrijft over de manieren waarop de hertogen en hun hofhouding aan geld geraakten, en hoe ze daarmee (onder meer) de kunsten financierden. Ook Jan van Eyck.

Immers, tot op zijn minst de achttiende eeuw, of misschien zelfs later, is het gros van de Europese kunstproductie, in de architectuur, de beeldhouw- en de schilderkunst, de muziek en (wellicht in mindere mate) de literatuur met allerlei vormen van belastinggeld gefinancierd. Dat heette niet subsidie, maar het was het wel.

De middeleeuwse mens, en zijn opvolger in de Vroegmoderne Tijd, betaalde veel belastingen, en in tegenstelling tot wij vandaag kreeg hij daar weinig of niets voor terug. Aan de wereldlijke en kerkelijke machthebbers, hun hofhouding en hun ambtenarij betaalde hij belastingen in geld, in het afstaan van een deel van zijn productie, het uitvoeren van karweien, het respecteren van privileges en het verplicht gebruik van sommige voorzieningen waarvoor de jure of de facto een monopolie bestond. In tijden van oorlog logeerden de soldaten in zijn huis, waarvan ze de inboedel verkochten als er niet genoeg te eten of te drinken was. Zelfs de duiven van de heersers pikten op de akkers hun graantje mee, en jagen werd stropen als je geen adellijke of kerkelijke titel had. Wanneer al die legale en door soldaten, rechtbanken en foltertuigen afgedwongen lasten niet volstonden, konden via afpersing, dreigementen en volksverlakkerij extra middelen verzameld worden. Want wie gaat niet liever naar de hemel dan naar de verdoemenis in de hel? Met het zo bijeen gegraaide geld werden door de Kerk, de kloosters, het hof en de heren, talloze kunstenaars — de meesters én hun ateliers — aan het werk gezet.

Weliswaar is daar vanaf de (vijftiende?) zestiende eeuw, met de opkomst van de burgerij en het kapitalisme langzaam verandering in gekomen. Schilderijen werden soms door burgers besteld of gekocht, met geld dat ze niet door hun titels maar door economische en financiële activiteiten hadden verworven (handel, industrie, kredietverlening, speculatie, woeker, uitbuiting, slavernij), en musici startten bedrijven die spektakels organiseerden en entreegeld vroegen. Om het internationaal te zien: Bach was een ambtenaar bij zijn kerk, Händel veeleer een zakenman. Ook Goethe, toch de meest moderne mens, leefde van (rijkelijke) subsidies, door de onderdanen van de heren-heersers betaald. En Rubens — onze Rubens — is wel de allerlaatste waarvan je kan zeggen dat zijn kunst niet door belastinggeld werd gefinancierd.

 

Rubens, de kruisafneming, Palais des Beaux-Arts de Lille, in 1616-1617 geschilderd voor het klooster van de minderbroeders-kapucijnen aldaar. Het Antwerpse equivalent van dit doek (1612-1613), in de kathedraal, werd door de kolveniersgilde (schutters) geschonken, in ruil voor aan negen rijke burgers toegekende vrijstelling van zware financiële burgerlijke verplichtingen (begrijp: vrijstelling van belastingen, een mechanisme dat vandaag nog bestaat). [Ik citeer een catalogus van het Rijselse museum, dat een onderzoek van J.S. Held uit 1980 citeert.]

Het mag dan niet verwonderen dat het volk, de burgerij, de belastingbetalers zeer vaak in opstand zijn gekomen tegen de lasten die ze moesten dragen. Van Loo’s genoemde boek krioelt trouwens van de revoltes. En in Reims (om het ook hier internationaal te zien) kwam men in 1233 in opstand tegen het bouwen van de kathedraal en de hoge belastingen die daarvoor moesten worden betaald. De kanunniken werden uit de stad verjaagd. Het verzet werd echter laffelijk in het bloed gesmoord: de koning en de paus bemiddelden, maar respecteerden hun verzoenings-engagementen niet, waarna de opstandelingen werden vermoord. Het feit dat de protestantse revolte in de Nederlanden in 1566, of in Normandië vier jaar eerder (en elders, en elders) zich op de beelden richtte (de Beeldenstorm) mag evenmin een verrassing zijn. [Het was overigens humaan, want de levenden werden gespaard, wat de katholieke inquisitie niet deed.] De kunst verbeeldde de macht en de machthebbers, en werd door de machtelozen zeer zwaar betaald.

De idee dat de kunstenaars destijds zonder subsidies werkten, en de kunst zonder belastinggeld werd gefinancierd, is een fabeltje. De actuele openbare financiering van kunst heeft alvast het drievoudige kenmerk dat ze al bij al zeer bescheiden is, dat de toekenning veel minder als “fait du prince” geschiedt (de beslissing van een autocraat), en… dat de aldus ondersteunde kunstproductie niet als een verheerlijking van de machthebbers kan worden beschouwd. [Maar wel, zullen sommige critici zeggen, als een verheerlijking van het machtssysteem. Maar dat is een ander verhaal.]
En allicht, voeg ik er vandaag als vierde kenmerk aan toe, is het belastinggeld van democratische landen het properste geld dat ooit de kunsten heeft gefinancierd. Misschien kunnen we dáár trots op zijn.

Wie graag naar zijn geschiedenis verwijst, moet ze wel eerst leren.

gezegd (en bijna gehoord) NIEUW

enkele nieuwe plaatjes in de reeks “gezegd (en bijna gehoord)”

 

Bij de eerste twee plaatjes (varianten op hetzelfde thema, over Amerikaanse bedrijven die goed presteren) hoort enige commentaar.
Enerzijds werden ze snel (bijna onmiddellijk) achterhaald, toen op 10 maart 2019 een Boeing 737 max neerstortte, de tweede in een half jaar tijd, naar we in de kranten lazen omwille van zware conceptie- en communicatiefouten (een door de bouwer gekend gebrek dat niet aan de kopers en aan de piloten werd meegedeeld).
Anderzijds is er de paradox in de actuele Amerikaanse economische overmacht: de vermelde Amerikaanse bedrijven zijn immers voor het merendeel (of allemaal?) laagtechnologisch — is Google hoogtechnologisch, of is het niet meer dan massaal laagtechnologisch?

 

De volledige reeks, oud en nieuw, vind je hier.

voorsmaakje: de Antwerpse tram

Dit is een voorsmaakje, een voorproefje van een langere tekst die nog moet komen, en in mijn hoofd langzaam rijpt. Noem ik hem nieuwkomer? superdivers? of de remigrant?

(aangepast en vervolledigd op 9 november 2019)


informatie voor de reizigers in tram 8, november 2019

 

(…)
Ik mag buitenlanders wel bewonderen die in Antwerpen de tram nemen, zich niet van nummer vergissen en op de juiste halte afstappen, want de informatie die De Lijn haar (potentiële) klanten biedt, is meestal fout, of onbestaande. De elektronische borden aan de haltes vermelden tramlijnen die niet meer bestaan (tram 24 en 12 aan de Nationale Bank?) en kondigen trams aan die niet verschijnen of plots een andere bestemming krijgen. De gesproken aankondigingen van de haltes die je in de tram soms hoort zijn onbetrouwbaar, want vaak te vroeg of te laat, en aan de tramhaltes of in de trams zelf hangen geen of flink verouderde (en door de zon verbleekte) schema’s, waarop je kan zien hoe de tram destijds reed. Goed voor historici met ferrovipathische neigingen. Sommige plannen vermelden werkzaamheden die in 2018 zullen worden uitgevoerd. Dat zijn schema’s die allicht nog dateren uit de tijd dat Tom Meeuws De Antwerpse Lijn bestuurde, wat hij tot 2015 mocht doen. Wie het met die man goed voor heeft, zal zeggen dat sinds hij daar vertrokken is, alles vierkant draait. Wie het met hem anders ziet, zal stellen dat hij het toen heeft nagelaten de nodige aanbestedingen (en aanwervingen) voor te bereiden, terwijl hij meer bezig was met het organiseren van feestjes, wat voor het uitbouwen van netwerken — netwerken van invloedrijke mensen, niet van bussen en trams — veel efficiënter is. De recente Antwerpse en socialistische geschiedenis heeft aangetoond dat hij daarin goed gekozen heeft. Intussen staan de reizigers in de regen te wachten op een tram waarvan ze niet weten wanneer hij komt en waarheen hij rijdt, en vrezen ze bij overstap een toeslag te moeten betalen omdat er vertraging is. Voordeel is wel, dat ze tijd in overvloed hebben om hun traject te overdenken of aan andere reizigers advies te vragen. Als het geen panne is, door omstandigheden, zoals tijdens het schrijven van deze tekst (met pen op papier), in tram 8 op de Frankrijklei, halte stadspark, vandaag, is het wel om lang een kruispunt te overschouwen (wachten tot de tram eindelijk ook, ná de auto’s, het kruispunt op mag rijden), of om naar de zwarte muren van de pre-metrotunnels te staren. De Antwerpse zogenaamde “pre-metro” rijdt immers tergend traag, maar toch bruusk, en in de grote stations, waar plaats is voor meerdere stellen, stopt er toch maar één tram terzelfdertijd — de andere wachten braaf, in de tunnel, om op hun beurt het station binnen te rijden.

Terloops, wat die stations betreft, heb je al eens gezien hoe groot het station Zegel is, in Borgerhout? De tram stopt aan de uiterste oostkant op -3 (het oosten is richting Deurne), de trappen naar -1 staan aan de uiterste… westkant van dat zeer lange perron (er is immers plaats voor meerdere trams), en daar, op -1, staan de trappen naar het straatniveau aan de… oostkant opgesteld. Ben je mee? Volg je nog? Bij De Lijn, of was het zijn voorganger MIVA die bouwheer was, moeten ze dat station wel heel mooi vinden, dat je er zo lang in wandelen mag.

(november 2019)
informatie omtrent het Antwerpse tram- en pre-metronet in tram 8 (géén, maar echt géén) en tram 11 (manifest fout): het schema rechts, “geldig vanaf 1 april 2018”, vermeldt voor lijn 4 haltes die tegenwoordig niet worden bediend (in Hoboken), maar vermeldt niét de zeer talrijke haltes, van de Groenplaats via de Lange Leemstraat en Groenenhoek tot in Silsburg, die al sinds maanden wél worden bediend. Er zijn bij De Lijn dus niet alleen wél aangekondigde trams die niét rijden, maar ook niét aangekondigde trams die wél rijden, zoals hier, in Berchem en Borgerhout, op de Gitschotellei. Een tramverrassing kan ook aangenaam zijn.

(halte Nationale Bank, november 2019)
de trams 12 en 24, die sinds juni 2017 deze halte niet meer bedienen, worden aangekondigd binnen respectievelijk 1 en 5 minuten

Maar, ernstig nu, goed nieuws: mits enkele relatief kleine aanpassingen kan De Lijn, als ook de Antwerpse en Vlaamse overheden dat werkelijk willen, met het huidige aantal tramstellen en het huidige aantal wattmannen en -vrouwen (wattlui of wattlieden?) makkelijk tweemaal zoveel reizigers vervoeren als nu, enkel en alleen door die trams een tweemaal zo hoge commerciële snelheid te bieden: een automatische besturing in de pre-metrotunnels (zelfs modeltreinbaanbouwers doen dat al jaren met succes), kortere wachttijden aan de kruispunten, waarbij een tram met 150 reizigers (soms kunnen het er tot 250 zijn) niet twaalf auto’s met gemiddeld 1,4 passagiers moet laten voorgaan, en minder gedrum bij de betaalautomaten die bij de ingangsdeuren hangen. Als Antwerpen zijn mobiliteitsknoop wil ontwarren, kan de tram voor een belangrijke bijdrage zorgen, als hij vlotter, sneller en zekerder rijdt, en de reizigers correcte informatie gegeven wordt. Heel veel geld is daar niet voor nodig. Durven wel, en doen.

omtrent…

Omtrent  is een  Rubriek.
Gestart in oktober 2014.
Het is mijn bedoeling  
Omtrent  van tijd tot tijd aan te vullen.

Lees verder

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑