Categorie: Blog (Pagina 15 van 60)
Ik hou van hydrodynamica.
Iedereen heeft het wel meegemaakt, dat als je een kan water te snel in de gootsteen uitgiet, het water langs de randen van de bak omhoogstroomt, of zelfs op je kleren of handen spat. Dat vinden we heel normaal, maar we beseffen niet dat het gelijkaardige fenomenen zijn, die de grote watermassa’s in zeeën, fjorden en rivieren omhoog doen vloeien.
Hydrodynamica vind ik in de Noorse fjorden, of in de getijden op de Schelde, waar het water soms “bergopwaarts” van Antwerpen naar Vlissingen vloeit. [Echt waar: wanneer het laag water, volgens een identieke TAW-meting, in Antwerpen soms meer dan 70 cm lager ligt dan aan de monding, in Vlissingen, kan dat niet anders betekenen, dan dat het water “bergop” gelopen is. En ook het hoogwater, hoger dan in Vlissingen of in Melle, bij Gent, is zo’n fenomeen.]
Op 31 januari (2022) had ik de kans, als “recente” Antwerpenaar, een stormvloed op de Schelde te zien. Begrijp storm niet verkeerd: in Antwerpen waaide het heel hard, onstuimig hard — je werd er dronken van, en achteraf doodmoe; fietsers moesten bij wijlen van hun fiets, en ook ik, als voetganger, bleef dan even staan met mijn rug naar de wind — maar de storm, Corrie genaamd, ontketende haar windkracht 9 op zee, en duwde het water vanuit het noordwesten de monding van de Schelde in. Het was géén springtij die dag, en de efemeriden (de stand van maan en zon) voorspelden een hoogtij van 5m48. De stormvoorspellingen maakten daar zo’n 7m00 van, de hoogte van de Blauwe steen. Om 15u06. Uiteindelijk werd, met een merkwaardig afgetopte curve, een hoogwater van 6m94 gemeten. Maar reeds om 14u30 zagen we hoe de Schelde over de Blauwe steen ging.
klik op de foto voor meer plaatjes
Het is ironisch, of misschien zelfs cynisch.
Er zijn mensen die goed hebben geboerd. Misschien waren ze slimmer, handiger, daadkrachtiger. Of misschien hadden ze chance. Misschien hebben ze meer financieel en sociaal kapitaal van hun ouders gekregen, de beste scholen bezocht, de beste jobs gekozen, en nog wat erfenissen links en rechts. Misschien zijn ze spaarzaam geweest. Hoe ook, ze beschikken over een meer dan fatsoenlijke financiële matras. Zo’n matras is aangenaam: je voelt je beter en zekerder als je die hebt — er zit ook zelfbevestiging in, une vie réussie —, het is goed voor de kinderen, en voor de oude dag. Want met die oude dag, de gezondheid en de kwalen, de leefomstandigheden en de zware kosten, weet je nooit.
Misschien hebben ze hun geld in vastgoed geïnvesteerd, of in een bedrijf — in hun bedrijf, als risicodragend kapitaal — en/of misschien hebben ze het naamloos in fondsen belegd. Naamloos, want niemand weet waar zijn geld echt zit — morgen elders dan vandaag —, en niemand weet van waar het komt. Vooral wat het opbrengt, en alleen wat het opbrengt, is wat telt. Het profijt. Daarom ook hebben die mensen geijverd, via hun netwerken, kranten en politici, opdat meer en meer bedrijfssectoren voor anoniem kapitaal zouden open staan.
Komt uiteindelijk de dag dat ze niet meer zelfstandig kunnen zijn, en naar een woonzorgcentrum moeten verhuizen. Mede dankzij hun meer dan comfortabele financiële matras, komen ze in het chicste en duurste woonzorgcentrum van het land terecht. Het ligt nabij een park, maar je moet wel een van de drukste straten van stad oversteken om er te zijn. Vanuit je kamer, met zicht op het park, kan je het park niet zien. Het gebouw van het woonzorgcentrum was immers een hotel, ook heel chic, maar werd niet aan zijn nieuwe bewoners, de oude mensen aangepast. De vensterbanken zijn te hoog om vanuit de bedden of zetels de bomen te zien. De meubels te zwaar, de kasten te klein. Op de vloeren ligt dik tapijt, te dik voor rolstoelen, slepende voeten en rollators. Pislucht krijg je er niet uit. Er is vooral te weinig personeel, te weinig zorg, want dat kost geld. En bedreigt het profijt.
Het woonzorgcentrum wordt door anoniem kapitaal gefinancierd. Kapitaal dat niet verschilt van het geld dat zijn bewoners in anonieme fondsen en circuits hebben belegd. Ze zijn de gevangenen van hun eigen geld.
“Eindelijk weten we wie Anne Frank en haar familie de dood injoeg”, titelt De Morgen op maandag 17 januari 2022. Daarin gaat het over een groots opgezet onderzoek “waarbij meer dan 200 mensen betrokken waren en dat ruim vijf jaar duurde” waardoor, aldus De Morgen, “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de man ontmaskerd” werd “die Anne Frank en haar familie de dood injoeg”.
Neem me niet kwalijk, De Morgen, we weten al meer dan 75 jaar wie de mannen zijn die Anne Frank en haar familie de dood hebben ingejaagd. Het zijn de Nazi’s. Zij zijn het die Anne Frank en met haar miljoenen anderen hebben vermoord, die hen de dood hebben ingejaagd. Hun namen zijn gekend, veruit de meeste toch. Wel hebben ze vrijwillige en onvrijwillige handlangers gehad.
Onderzoek, 75 jaar na datum, kan in enkele gevallen leiden tot de identificatie van (in dit geval onvrijwillige) handlangers, maar mag ons niet blind maken voor wat is gebeurd, en wie daarvoor schuldig was.
Zij, de Nazi’s, hebben beslist dat en wie er moest worden uitgeroeid. Het was hun wil, hun beslissing. Zij hebben de hele zaak fabrieksmatig georganiseerd: juridisch, administratief, technisch, financieel…. Zij hebben gemaakt dat — misschien* — een in het nauw gedreven Joodse notaris voor de keuze kwam te staan, zijn kinderen en zichzelf te redden door enkele lotgenoten, wat De Morgen noemt, “de dood in te jagen”.
De titel en de tekst in de krant zijn onzindelijk.
Andere kranten zijn terughoudender dan de sensatie-zuchtige Morgen:
- “Anne Frank is in 1944 zeer waarschijnlijk verraden door…” (Volkskrant)
- “Coldcaseteam denkt dat (…) Anne Frank en haar familie verraadde” (NRC)
- “…wie Anne Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis verraden heeft. ‘Zeer waarschijnlijk’ was het…” (De Standaard)
- “Onderzoek onthult wie de nazi’s naar Anne Frank leidde” (Gazet van Antwerpen)
- “…celui qui aurait livré la famille d’Anne Frank aux nazis” (Le Soir)
- “Une enquête révèle qui aurait dénoncé la famille d’Anne Frank aux nazis” (La Libre)
- “Anne Frank et sa famille pourraient avoir été dénoncées par…” (Le Monde)
- “Anne Franck (sic) et sa famille dénoncés par (…) ?” (Libération)
(*) De “misschien” heb ik op 24 maart toegevoegd. Ben ik niet voorzichtig genoeg geweest, of té voorzichtig in mijn kritiek op De Morgen?



